Welkom 
Zoeken 
Signalement 
Geschiedenis 
Anatomie
De Wilde Kat
Een kat in huis 
Verzorging 
Voeding 
Op Reis 
Naar de Dierenarts 
Medisch
  Inleiding
  Medisch ABC
  Vaccinatie
  Technieken
  Parasieten
  Gedrags-
   Problemen
  Het overlijden
   van je kat
  Giftige Planten
Voortplanting 
Fokken
Een Kitten
Rassen overzicht
Adressen 
Tips 
Spreekbeurten 
Disclaimer 
CatsGroove

Vaccinatie
Vaccinatie 01Vlooien, wormen en teken zijn weliswaar kleine beestjes, maar ze zijn wel met het blote oog te zien. Katten kunnen echter ook ernstig ziek worden van onzichtbare ‘beestjes’. Daarom is het laten vaccineren (inenten) van uw huisdier een van de belangrijkste maatregelen die u kunt nemen om het gezond te houden. Katten kunnen door middel van vaccinatie worden beschermd tegen een aantal ernstige ziekten. Omdat het belang van vaccinatie niet genoeg benadrukt kan worden, zetten we hier een aantal ziekten en hun gevolgen voor u op een rijtje:

Kattenziekte
ook wel panleukopenie geheten, is een uiterst besmettelijke virusziekte die gepaard gaat met hoge koorts en meestal een dodelijke afloop heeft. Vooral jonge katten zijn er vatbaar voor. Kattenziekte ontwikkelt zich zo razendsnel dat medicijnen meestal niet meer helpen. De patiënt wil wel drinken, maar kan dat niet meer. Al snel volgen braken en diaree. Gezien de ernst van deze ziekte kan het belang van regelmatige vaccinatie niet genoeg benadrukt worden!

Niesziekte
is minstens net zo besmettelijk als kattenziekte, maar niet zo dodelijk. Katten met niesziekte kunnen wel oud worden, maar de ziekte is moeilijk te genezen en nogal vervelend voor de patiënt en zijn omgeving. Niesziekte begint met tranende ogen en een lopende, vieze neus. Deze symptomen kunnen heel lang aanhouden voordat het echte niezen begint. In een later stadium kan de kat ononderbroken niezen en lange, vieze, gele slierten rondsproeien. Het is van het grootste belang een kat met symptomen van beginnende niesziekte door de dierenarts te laten behandelen. Heeft u een kat in huis die aan niesziekte lijdt, vermijdt dan elk contact met andere kattenbezitters. Ook mensen kunnen namelijk niesziekte overbrengen.

Dierenarts 02Rabies
beter bekend als hondsdolheid, komt in Nederland vrijwel niet meer voor. De kat raakt besmet als hij wordt gebeten of gekrabd door een dier (hond, kat, vos) dat aan hondsdolheid lijdt. Ook de mens kan besmet raken. Tenzij direct medisch wordt ingegrepen, heeft dit een dodelijke afloop. Voor katten die meegaan naar het buitenland is een rabiësenting verplicht. Deze enting moet minimaal dertig dagen van tevoren zijn toegediend.

Buikvliesontsteking
ook wel infectieuze peritonitis (FIP), is een besmettelijke virusziekte die via slijmvliezen van de ene kat op de andere wordt overgebracht. De patiënt wordt steeds magerder, terwijl zich in de buik vocht ophoopt. Veel volwassen katten ontwikkelen immuniteit tegen deze ziekte. Op plaatsen waar grote groepen katten met elkaar in contact komen worden veel dieren drager van deze ziekte zonder zelf ziek te worden. Deze dragers kunnen echter wel jonge katjes besmetten. Een preventieve enting tegen buikvliesontsteking is dus aan te raden.

Kattenleukemie
is een virusziekte die leidt tot een kankerachtige wildgroei van de witte bloedlichaampjes. De kat krijgt bloedarmoede, vermagert snel en plant zich moeilijker voort. Bovendien heeft hij verminderde weerstand tegen andere ziekten. Kattenleukemie is ongeneeslijk. Als uit bloedonderzoek blijkt dat de kat aan deze ziekte lijdt is het verstandiger het dier in te laten slapen. Kattenleukemie is niet zo besmettelijk als de voorgaande virussen. Het komt vooral voor op plaatsen waar veel katten bij elkaar leven (Cattery’s en stadcentra).

Katten-aids (FIV)
is een ziekte die vergelijkbaar is met mensenaids (HIV). Gelukkig kan katten-aids niet op de mens worden overgedragen. Kattenaids tast het immuunsysteem van het dier aan en heeft meestal een dodelijke afloop. Er zijn echter ook katten drager van het Hiv-virus zonder zelf ziek te zijn. Deze dragers kunnen wel andere katten besmetten!

Een kitten krijgt tussen zes en negen weken de eerste vaccinatie tegen kattenziekte, niesziekte en eventueel leukemie. Op een leeftijd van twaalf weken volgt de tweede inenting tegen dezelfde ziekten. Dan kan ook de eerste enting tegen hondsdolheid worden gegeven, zeker wanneer de kat meegaat naar het buitenland. Vervolgens worden deze vaccinaties jaarlijks herhaald.

Katten die nooit buiten komen, moeten toch regelmatig worden ingeënt. Ook deze dieren kunnen namelijk in contact komen met ziektekiemen, zelfs via de schoenen van gezinsleden en visite!

In veel gevallen stuurt de dierenarts u een herinneringskaartje vooVaccinatie 02r de jaarlijkse inentingen. In een speciaal vaccinatieboekje wordt geregistreerd wanneer de inentingen zijn gegeven. Zo kunt u ook zelf bijhouden wanneer het tijd is voor de volgende prik.

In sommige gevallen worden inentingen zelfs verplicht gesteld. Wanneer uw kat naar een pension, een tentoonstelling of het buitenland moet hij bepaalde inentingen hebben gehad. Vaak moet dit minstens vier weken van tevoren gebeuren. Neem dus in voorkomende gevallen ruim op tijd contact op met uw dierenarts.

Entingsschema
Wanneer u een kitten aanschaft is een aantal inentingen aan te bevelen:
Met 9 weken
: kleine cocktail (kattenziekte, niesziekte, leukemie)
Met 12 weken: herhaling en aanvullende enting tegen hondsdolheid
Met 16 weken
: FIP
Met 19 weken: herhaling FIP

Ook een volwassen kat (ouder dan een jaar) moet regelmatig worden gevaccineerd:
Na 1,3 en 5 jaar: grote cocktail (kattenziekte, niesziekte, leukemie, hondsdolheid en FIP)
Na 2,4 en 6 jaar: kleine cocktail (niesziekte, leukemie en FIP)

Wanneer uw kat naar een pension of mee op vakantie naar het buitenland gaat, moet u de vaccinatie ruim van tevoren laten toedienen. Entingen geven niet meteen bescherming en zijn daarom in de meeste gevallen pas na een maand geldig.