Welkom 
Zoeken 
Signalement 
Geschiedenis 
Anatomie
De Wilde Kat
Een kat in huis 
Verzorging 
Voeding 
Op Reis 
Naar de Dierenarts 
Medisch
  Inleiding
  Medisch ABC
  Vaccinatie
  Technieken
  Parasieten
  Gedrags-
   Problemen
  Het overlijden
   van je kat
  Giftige Planten
Voortplanting 
Fokken
Een Kitten
Rassen overzicht
Adressen 
Tips 
Spreekbeurten 
Disclaimer 
CatsGroove

Technieken
In andere delen van de site word met enige regelmaat begrippen genoemd als kunstmatige beademing, hartmassage en dwanggreep. Dit zijn technieken die u toepast bij het verlenen van eerste hulp of die het verlenen van die hulp kunnen vergemakkelijken. Hier worden enkele van de belangrijkste EHBO-technieken beschreven. De ene techniek is simpeler dan de andere, maar oefening baart kunst. Mocht u na het lezen van deze technieken nog twijfelen of u in geval van nood juist zult kunnen handelen, dan is het aan te raden een EHBO-cursus te volgen. Tijdens zo’n cursus zullen diverse aspecten van de eerste hulp worden uitgelegd en geoefend. Uw dierenarts kan u hierover nader informeren.

Dwanggrepen
Een dier dat een ongeluk heeft gehad, begrijpt niet wat hem is overkomen. Het is geschrokken, heeft pijn en is daarom onberekenbaar. Een gewond dier wil alleen maar rust. Het wil zeker niet dat u aan zijn zere poot komt. Wanneer een kat zo ziek, zwak of versuft is dat hij alles toelaat, is het verlenen van eerste hulp geen probleem. In andere gevallen zal het dier zich waarschijnlijk tegen de behandeling proberen te verzetten. Dan is het nodig om een dwanggreep te gebruiken. Vermijd in ieder geval dat er bij het toepassen van een dwanggreep druk wordt uitgeoefend op het gewonde lichaamsdeel.
Wanneer een gewonde kat tegenspartelt en aanstalten maakt om te vluchten moet u hem tegenhouden. Nu luidt het spreekwoord niet voor niets dat men dat katje niet zonder handschoenen aan moet pakken: een kat die onwillig en angstig is, en daarbij ook nog pijn lijdt, is uitermate onberekenbaar. Het is dus belangrijk de kat goed te observeren, ook tijdens de behandeling. Voordat een kat uithaalt of wegspringt, spant hij namelijk zijn spieren.

Een kat is het eenvoudigst onder controle te houden wanneer hij in een grote handdoek gewikkeld is. Moet hij onderzocht worden, dan kunt u hem het best grond onder de voeten gunnen. Dat maakt een kat rustiger. Pak hem bij zijn nekvel en laat hem met zijn poten op de grond rusten. Indien nodig kunt u de kat tegen de grond drukken door uw hele hand in zijn nek te leggen. Met uw vingers kunt u dan de kop onder controle houden; door met uw handpalm de schouderbladen te omvatten, zijn ook de voorpoten ‘buiten gebruik’ gesteld. Nu kunt u de rug, de kop, de staart, het achterlijf en de achterpoten onderzoeken.

Het nadeel van deze dwanggreep is dat u de voorpoten en de buik niet kunt bekijken. Om buik en voorpoten te kunnen behandelen is een andere dwanggreep nodig. Hiervoor zijn twee personen nodig: een verzorger en een assistent. De assistent gaat op een stoel zitten, en tilt de kat onder de voorpoten op. Met een beweging legt hij de kat op de rug, met de kop naar boven, op schoot. De verzorger pakt meteen de beide achterpoten zodat de kat daar niet meer mee kan trappen. De assistent pakt nu met de ene hand de voorpoten vast, met de andere hand de kop. De verzorger heeft beide achterpoten met een hand vast en kan nu met de andere hand de kat onderzoeken. Het dier zal het zich laten welvallen, maar blijf de poten goed vasthouden: het slachtoffer zal elke kans om te ontsnappen aangrijpen!

Hartmassage
Leg de kat op zijn zij met de kop achterover en de nek uitgestrekt. Leg de bovenliggende voorpoot zo ver mogelijk naar voren. Leg de palm van een hand op het borstbeen, vlak achter de voorpoot, met de duim aan de ene en de vingers aan de andere kant van de borst. Druk de ribben gedurende een seconde stevig in en laat ze daarna een seconde los. Herhaal dit. Zo voert u in een halve minuut vijftien keer hartmassage uit. Controleer na twee minuten of het hart zelfstandig klopt. Vaak is het nodig naast hartmassage ook kunstmatige beademing toe te passen. Wanneer er meerdere personen aanwezig zijn kunt u de taken verdelen. Bent u alleen, wissel dan een halve minuut hartmassage af met een halve minuut kunstmatige ademhaling. Blijf elke twee minuten controleren. Wanneer het hart weer op eigen kracht klopt, kunt u doorgaan met kunstmatige beademing totdat het slachtoffer ook weer zelf ademt. Probeer het dier zo snelmogelijk naar een dierenarts te vervoeren.

Kunstmatige Beademing
Na het hart is de ademhaling de belangrijkste levensfunctie. Wanneer een dier niet kan ademen, is het in levensgevaar. Bovendien kunnen door zuurstofgebrek organen en weefsel in korte tijd onherstelbaar beschadigd raken. Een dier met ademnood maakt vaak een lange nek en probeert uit alle macht lucht binnen te krijgen. De slijmvliezen van tong en ogen worden blauw. Probeer zo snel mogelijk de oorzaak van de ademnood te vinden en op te heffen: verwijder knellende voorwerpen van de hals en controleer de keel op eventuele voorwerpen. Wanneer de ademhaling dan nog niet op gang komt zult u kunstmatig moeten beademen. Hier zijn twee methoden voor:

Borstbeademing
Leg het dier op een stevige ondergrond. Plaats een hand op de borstkas (achter de schouderbladen) en druk die gedurende drie seconde krachtig in. Laat snel los, zodat er lucht wordt aangezogen. Wacht twee seconde en herhaal dit, in totaal twaalf keer per minuut. Houd bij het indrukken van de borstkas wel rekening met de grootte van de kat en de sterkte van de ribben! Borstbeademing kan alleen worden toegepast wanneer het slachtoffer geen borstwond of gebroken ribben heeft, en er geen sprake is van gezwollen slijmvlies in de voorste luchtwegen. In die gevallen moet u gebruik maken van de ‘mond-op-neus’ methode.

Mond-op-Neus Beademing
Voor sommige mensen is het misschien een onprettig idee deze vorm van beademing bij een dier te moeten toepassen. Bedenk echter wel dat kunstmatige beademing een leven kan redden! Sluit de bek van de kat en trek de bovenlip strak over de onderlip heen, zodat er geen lucht kan ontsnappen. Plaats uw lippen over de neusgaten van de kat en blaas daar krachtig lucht in, gedurende drie seconde. Controleer of de borstkas omhoog komt. Haal uw lippen weg en laat de lucht twee seconde uitstromen. Herhaal dit twaalf keer per minuut. Het kan zijn dat u dit twintig minuten moet volhouden, todat deskundige hulp aanwezig is, het dier weer gaat ademen of duidelijk is overleden. U kunt aan de wijde pupillen zien dat een dier is overleden. Een dier dat dood is, reageert niet wanneer u met een vinger voorzichtig een oogbol aanraakt.

Medicijnen Toedienen
Hoewel het toedienen van medicijnen strikt genomen niet valt onder het verlenen van eerste hulp, is het toch handig te weten hoe u dat het gemakkelijkst kunt doen:

Tabletten
Laat het dier de bek opendoen door de lippen tegen de tanden te duwen en net achter de bovenste hoektanden druk uit te oefenen. Duw de kop schuin omhoog, zodat u in de bek kunt kijken. Maak het tablet glad met wat boter en leg het zo ver mogelijk achter op de tong. Houd de bek dicht en aai zachtjes over de keet. Zo wordt het dier gedwongen te slikken. Wees op uw hoede voor scherpe tanden. Tegenwoordig zijn er ook zogenaamde ‘pillenschieters’ in de handel. Dit zijn injectiespuiten lijkende apparaatjes, waar u een tabletje in klemt dat u vervolgens als het ware in de keel van de kat ‘schiet’.

Drankjes
Het toedienen van vloeibare medicijnen gaat het makkelijkst met een injectiespuit zonder naald. Zuig zoveel medicijnen op als toegediend moet worden. U kunt de bek openmaken en het medicijn achter op de tong laten lopen. Pas ook hier op voor het kattengebit!
Geef uw huisdier in geen geval medicijnen zonder eerst advies te vragen aan uw dierenarts. Medicijnen die op onjuiste wijze of om de verkeerde redenen worden gegeven, zullen uw huisdier eerder schade dan goed doen. Wanneer u meerdere keren een medicijn moet toedienen, mag u dit niet een keer overslaan en de keer daarop de hoeveelheid verdubbelen.

Tourniquet
Wanneer bloedingen niet kunnen worden gestelpt met de platte vinger, kunt u als laatste redmiddel een tourniquet aanleggen. U mag een tourniquet uitsluitend om een poot of om de staart aanleggen, nooit op de hals of de kop!
Neem een reep stof of een band van minimaal 25 centimeter lengte en sla die twee keer om de poot of de staart, vijf tot acht centimeter boven de wond. Leg er een dubbele knoop in. Leg op de knoop een takje, een pen of een ander lang en stevig voorwerp. Sla de uiteinden van de band eromheen en leg vervolgens ook op het ‘stokje’ een dubbele knoop. Draai het stokje langzaam rond met de wijzers van de klok mee, totdat het bloeden stopt. Verminder elk kwartier de druk enigszins door het stokje iets terug te draaien, tot er bloed uit de wond komt. Zo voorkomt u dat het weefsel afsterft door zuurstoftekort. Houd er rekening mee dat hevig bloedverlies een shock bij het dier kan veroorzaken. Wees dus alert op shockverschijnselen. Breng het slachtoffer zo snel mogelijk naar een dierenarts.

Transport
Wanneer er op de plaats van het ongeluk eerste hulp is verleend, is het vrijwel altijd noodzakelijk het gewonde dier naar de dierenarts te brengen voor verder onderzoek en behandeling. Versufte en verzwakte dieren kunt u het best op een geïmproviseerde brancard vervoeren. Dit kan een deken, een kleed of bijvoorbeeld een jas zijn. Til het lichaam van het slachtoffer heel voorzichtig op. Vermijd de plekken waar wonden of breuken zitten. Schuif vervolgens (eventueel heel voorzichtig) de deken onder het lichaam door. Pak daarna de vier punten vast, zodat u een soort zak krijgt. Zorg ervoor dat het lichaam van de gewonde zo min mogelijk buigt of draait. Wanneer het dier tegenspartelt, moet u een dwanggreep gebruiken. Blijf tijdens het transport naar de dierenarts zo nodig kunstmatige beademing of hartmassage toepassen. Wanneer u het slachtoffer zelf vervoert, is het zaak rustig te blijven: anders krijgt of veroorzaakt u wellicht nog een ongeluk. Wanneer u geen vervoer heeft, schakel dan de dierenambulance in. De politie heeft het telefoonnummer.

Verbanden Aanleggen
Dieren hebben een hekel aan verband. Ze zullen er alles aan doen om het te verwijderen. Hiermee dient u bij het aanleggen terdege rekening te houden. Een goed aangelegd verband hindert het dier niet, waardoor hij het na verloop van tijd zal accepteren.

Wondverband
Breng bij een aderlijke- of haarvatbloeding een gewoon wondverband aan. Afhankelijk van de ernst van de wond met watten als tussenlaag. Maak de wond eerst schoon met drie procent waterstofperoxide, bronwater, gedistilleerd of gekookt water. Dek een kleine of ondiepe wond af met steriele gaasjes en verbind met gaasverband. Verstevig het verband met een dunne laag zelfklevende zwachtel.
Een wond met veel bloedverlies moet op de steriele gaasjes worden voorzien van een laag watten. Zet de watten vast met zelfklevende zwachtel en kleefpleister.

Drukverband
Leg bij een slagaderlijke bloeding een drukverband aan. Dek de wond af met steriele gaasjes. Daarop een dikke laag watten die u stevig vastzet met zelfklevende, elastische zwachtel. De druk moet precies zo groot zijn dat er geen bloed meer doorsijpelt. Zet de zwachtel vast met kleefpleister. Wanneer een slagaderlijke bloeding zich niet laat stelpen met drukverband, kunt u als laatste redmiddel een tourniquet aanleggen.

Steunverband
Leg een steunverband aan als de huid niet beschadigd is, bijvoorbeeld bij een verstuiking, kneuzing of botscheur. Een steunverband moet bij een kneuzing minder stevig worden aangelegd dan bij het fixeren van een breuk. Leg een steunverband aan met elastische, zelfklevende zwachtel. Breng eerst een laag watten aan als de druk niet te groot mag zijn. Zet de zwachtels met kleefpleister vast.
Houd in elk geval rekening met de volgende, algemene verbandregels:
  • Leg een verband nooit te strak aan
  • Maak wonden voor het verbinden goed schoon
  • Verwijder haren rond de wond voor het verbinden (niet bij brandwonden!)
  • Zelfklevende zwachtels blijven beter zitten
  • Verschoon het verband regelmatig, maar niet te vaak
  • Laat het verband niet nat worden (regen!)
  • Laat tijdens het verbinden iemand anders de kat vasthouden
  • Raadpleeg bij twijfel de dierenarts
Een te strak aangelegd verband is vaak de oorzaak van complicaties: weefsel raakt beschadigd door gebrek aan zuurstof. Wanneer het dier constant aan het verband likt of knaagt, is dat een teken dat er iets niet in orde is. Leg dan in elk geval het verband opnieuw aan.