Welkom 
Zoeken 
Signalement 
Geschiedenis 
Anatomie
De Wilde Kat
Een kat in huis 
Verzorging 
Voeding 
Op Reis 
Naar de Dierenarts 
Medisch
Voortplanting 
Fokken
Een Kitten
Rassen overzicht
Adressen 
Tips 
Spreekbeurten 
Disclaimer 
CatsGroove

Voortplanting
Werpkist
Poes in haar "werpkist"
Ook al bent u niet (direct) van plan een nestje te gaan fokken met uw kat, toch is het goed iets meer te weten rond de voortplanting. Met die informatie kunt u verschijnselen die zich (kunnen) voordoen bij uw kat op juiste waarde schatten. Dit voorkomt wellicht dat u zich onnodig zorgen maakt. Wanneer u wel graag een nestje zou willen fokken is het aan te raden van tevoren meer informatie in te winnen bij rasvereniging of dierenarts.

Castratie en Sterilisatie
Wanneer u een poes heeft en geen nestje wilt, is sterilisatie de beste manier om nageslacht te voorkomen. Dit is een operatie waarbij de eierstokken (en vaak ook de baarmoeder) wordt verwijderd. Na de sterilisatie wordt de poes niet langer krols. Ze wordt dan niet meer gedekt en dus ook niet meer drachtig. De beste leeftijd voor sterilisatie is ongeveer negen maanden. Dan is een poes min of meer volgroeid.
Castratie van katers gebeurt meestal niet alleen om ze onvruchtbaar te maken, maar ook om ongewenst gedrag (sproeien) te voorkomen. Het is een eenvoudige ingreep waarbij de testikels worden verwijderd. De castratie kan het best worden uitgevoerd als de kater tussen de acht en tien maanden oud is. Wanneer hij al eerder gaat sproeien, kan castratie ook op jongere leeftijd plaatsvinden. In de meeste gevallen zal het sproeien na de castratie ophouden. Wanneer er te lang wordt gewacht met castreren zal het sproeigedrag niet altijd helemaal verdwijnen.
Katers die ook buitenshuis komen, moeten bij voorkeur gecastreerd worden. Zo voorkomt u dat ze alle poezen in de buurt dekken en voor ongewenste nestjes zorgen. Bovendien heeft een gecastreerde kater veel minder de neiging om met andere katers te vechten.

Krolsheid
50 dagen drachtig
Poes 50 dagen drachtig
kitten 50 dagen oud
Ongeboren kitten 50 dagen oud
Op een leeftijd van zes tot negen maanden worden poezen geslachtsrijp, ofwel krols. De krolsheid is de vruchtbare periode waarin een poes paringsbereid is en gedekt kan worden. Tijdens de krolsheid verandert haar gedrag: ze wordt aanhaliger, miauwt vaker en harder dan anders, ligt meer op de grond te rollen en is extra geïnteresseerd in katers.
Hoe vaak een poes krols wordt varieert sterk. Er zijn poezen die elke drie weken krols zijn, terwijl andere het maar een paar keer per jaar worden.
Er zijn twee manieren om krolsheid (en dus drachtigheid) te voorkomen. Een tijdelijke oplossing is het toedienen van de ‘poezenpil’ (een paar keer per maand). Geef deze pil liever niet jaren achtereen, want dan kunnen bijwerkingen optreden. In zo’n geval is sterilisatie een betere optie. Dat is ook het geval als u zeker weet dat u nooit een nestje van uw poes wilt.

Dracht
Wanneer u heeft besloten een nestje kittens te nemen, moet u wachten met dekken tot de poes volgroeid is. De eerste krolsheid moet u in elk geval overslaan.

Het is in het begin vaak moeilijk te zien of een poes drachtig is. Pas na ongeveer drie weken beginnen de tepels op te zwellen. Ze wordt heel geleidelijk aan dikker en zal pas een week of twee voor de bevalling duidelijk ander gedrag gaan vertonen.

De gemiddelde dracht duurt 63 tot 65 dagen. De voedingsbehoefte van de moederpoes neemt tijdens de dracht geleidelijk toe. Ze heeft in deze periode vooral behoefte aan extra energie en eiwitten. De laatste weken kunt u eventueel een geconcentreerde, eiwitrijke voeding geven. Verdeel die wel over meerdere porties per dag, want de poes kan nu geen grote hoeveelheden meer op. Aan het eind van de dracht kan de voedingsbehoefte wel anderhalf keer zo groot zijn als normaal.

Na ongeveer zeven weken gaat de poes nestgedrag veertonen. Ze zoekt een plek om haar jongen ter wereld te brengen. Dit kan haar eigen mand zijn, maar ook een doos. Het komt echter vaak voor dat de moederpoes vlak voor de bevalling heel eigenzinnig een ander plekje uitzoekt. Dat kan heel goed uw linnenkast zijn! Houd de poes daarom de laatste dagen voor de bevalling een beetje in de gaten. Onrustig heen en weer lopen is een teken dat de geboorte van de kittens aanstaande is. De meeste poezen zijn tijdens de bevalling gesteld op hun rust. Sommige waarderen echter wel het gezelschap van hun eigenaar.
Het gemiddeld aantal kittens per worp ligt tussen drie en zes. Meestal verloopt de geboorte probleemloos. Maar ook hier geldt: raadpleeg bij twijfel altijd uw dierenarts.

Zogen
Na de bevalling komt de melkproductie van de moederpoes op gang. De zoogperiode stelt hoge eisen, vooral tijdens de eerste drie à vier weken, wanneer de kittens volledig afhankelijk zijn van de moedermelk. In deze periode heeft
Heilige Birmaan 1 dag oud
Heilige Birmaan, 1 dag oud
de poes behoefte aan extra voeding en extra vocht: dit kan oplopen tot wel drie à vier keer zoveel als normaal. Wanneer de moeder niet voldoende melk geeft, kunnen zij en de kittens worden bijgevoerd met speciale kittenmelk. De grote hoeveelheid voeding die de moederpoes nodig heeft, kan het best over kleine porties worden verdeeld. Geef ook in deze fase geconcentreerde, energierijke voeding.

Het is praktisch onmogelijk om de moederpoes tijden de eerste weken van de zoogperiode te overvoeden. Geef haar gerust zoveel als ze wil, maar wel in kleine porties. Het verdient de voorkeur om een energierijke voeding te geven, zoals bijvoorbeeld speciale kittenvoeding.
Naast voeding heeft de moederpoes ook veel vocht nodig. Geef naast volop vers drinkwater eventueel wat speciale kattenmelk. Dit levert naast vocht ook extra energie. Gewone melk heeft een te hoog lactosegehalte en kan diaree veroorzaken. Ook babyvoeding is ongeschikt voor moederpoes en kittens!

Vanaf een leeftijd van ongeveer drie à vier weken kunnen de kittens bijgevoed worden met vast voedsel. Er zijn speciale voedingen voor kittens, die goed aansluiten op de moedermelk en gemakkelijk te eten zijn met het melkgebit. Vanaf acht à tien weken zijn de kittens ‘gespeend’. Dat wil zeggen volledig over op vast voedsel. De melkproductie van de moeder stopt geleidelijk en haar voedingsbehoefte vermindert evenredig. Enkele weken na het spenen hoort de moeder dan ook weer dezelfde hoeveelheid voeding te krijgen als voor de dracht.