Welkom 
Zoeken 
Signalement 
Geschiedenis 
Anatomie
De Wilde Kat
Een kat in huis 
Verzorging 
Voeding 
Op Reis 
Naar de Dierenarts 
Medisch
Voortplanting 
Fokken
Een Kitten
  ... En Dan ?
  Een raskat
    aanschaffen
  Kattenuitzet
  Naar Huis
  Kitten Voeding
  Op Eigen Benen
  Opvoeding
  Verzorging
  Kattentaal
  Kat en Kinderen
  Levensfases
  Identificatie
Rassen overzicht
Adressen 
Tips 
Spreekbeurten 
Disclaimer 
CatsGroove

Identificatie
Een kat kan weglopen, verdwalen of een ongeluk krijgen. In deze gevallen zal de vinder zo snel mogelijk de eigenaar willen opsporen. Er zijn verschillende methoden om een kat te identificeren.

Halsbandje
Een veelgebruikte manier is de kat een halsbandje met een adreskokertje of (lichte) penning te voorzien. In de penning kan het telefoonnummer en/of adres van de eigenaar gegraveerd worden. In het kokertje zit een papiertje waarop de gegevens genoteerd worden. Een nadeel van deze methode is de (grote) kans op verlies van het halsbandje. Wilt u meer zekerheid kies dan voor de elektronische identificatiemethode.

Elektronische identificatie
Een moderne en effectieve manier om een dier op te sporen wanneer het verdwaald is, is de chip. Deze elektronische identificatie is veel diervriendelijker dan het verouderde systeem van tatoeage. Een wereldwijd gestandaardiseerde ISO chip, ter grootte van een flinke rijstkorrel, maakt het mogelijk om dieren elektronisch te identificeren. Wanneer u uw kitten laat ‘chippen’, brengt de dierenarts met een injectienaald de chip onder de huid aan. Dit is een vrijwel pijnloze ingreep. Ook naderhand zal uw kat geen last hebben van de chip. Een elektronisch identificatiesysteem bestaat uit een chip (de zogeheten transponder), een afleesapparaat en een databank. De grootste landelijk opererende databank is de NDG (Nederlandse Databank Gezelschapsdieren) in Amsterdam. De NDG is 24 uur per dag bereikbaar om informatie op te vragen over een bepaalde transpondernummer.

Identificatie 01Identificatie 02Identificatie 03

De ISO chip heeft een unieke identificatiecode die uit 15 cijfers bestaat. Vaak begint deze code met een landnummer, zodat kan worden vastgesteld uit welk land het betreffende dier afkomstig is (dit kan van pas komen als u met uw dier in het buitenland bent). Het grootste voordeel van elektronische identificatie is dat deze unieke code niet te veranderen of te wissen is.

De chip bestaat uit een gesloten buisje van bio-glas met daarin een microchipje en een spoeltje dat als antenne fungeert. Het bio-glas zorgt ervoor dat de chip niet wordt afgesloten, maar met het weefsel vergroeit. De chip zelf doet niets: er zit geen batterijtje in. De levensduur van de chip is vrijwel onbeperkt. Het afleesapparaat is een zend- en ontvangstapparaat. Het geeft een onschadelijk radiosignaal af dat de chip activeert, waarna deze ‘antwoordt’ met de identificatiecode van de kat. De code verschijnt vervolgens op het scherm van het aflees apparaat.

Een chip biedt duidelijk voordelen boven andere manieren van identificatie. Zo kan een kat haar bandje met penning of kokertje verliezen. Het tatoeëren (in het oor van de kat) was tot voor kort de gangbare methode van identificatie. Tatoeage is echter een vrij pijnlijke en tijdrovende ingreep die bij volwassen dieren meestal niet zonder verdoving kan worden uitgevoerd. Vaak vervagen tatoeagenummers na verloop van tijd of zijn ze door haargroei in de oren niet meer goed leesbaar.

De meeste eigenaren laten hun huisdier identificeren en registreren om het in geval van vermissing weer snel terug te kunnen krijgen. Jaarlijks belanden duizenden weggelopen of verdwaalde huisdieren in het asiel. Katten komen vaak niet meer terug bij hun eigenaar, want alle exemplaren met zwart-witte vlekjes lijken op elkaar…
De meeste dierenambulances en asielen zijn tegenwoordig uitgerust met een afleesapparaat. Een gechipt dier zal haar huis dus vrijwel zeker terugzien.

Afgezien van het snel opsporen van vermiste dieren, kan een goed identificatiemerk ook gekoppeld worden aan de documenten die bij het betreffende dier horen (eigendomsbewijs, gezondheidsverklaringen, vaccinatieboekje, stamboek- en verzekeringsnummer). Ten slotte is een goed sluitende identificatie van groot belang bij de aankoop en verkoop van huisdieren en bij fokprogramma’s en gezondheidsprogramma’s.

Dierenpaspoort
Het Nederlandse Dierenpaspoort werd vroeger uitgegeven door de stichting Registratie Gezelschapsdieren Nederland (SRGN). Per 1 januari 2002 is de SRGN opgeheven en er worden sindsdien ook geen nieuwe Nederlandse Dierenpaspoorten meer uitgegeven. De dierenpaspoorten die in omloop zijn, kunnen nog wel gewoon gebruikt worden. Ook de nog in omloop zijnde vaccinatieboekjes behouden hun geldigheid.
Identificatie 04
Vanaf 1 januari 2002 zijn het oude vaccinatieboekje en het Nederlands Dierenpaspoort vervangen door een geheel vernieuwd Dierenpaspoort. Dit nieuwe Dierenpaspoort wordt uitgegeven door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Dierengeneeskunde en is verkrijgbaar bij uw dierenarts. Het roze rabiëscertificaat, dat voorheen apart verkrijgbaar was, met de daarbij horende gezondheidsverklaring is geïntegreerd in het nieuwe dierenpaspoort. Voorlopig blijven alleen voor Noorwegen, Zweden en Engeland nog losse rabiëscertificaten en aparte formulieren bestaan, voor alle andere Europese landen kan het nieuwe Dierenpaspoort gebruikt worden. De indeling van het nieuwe Dierenpaspoort is ook veranderd. Werden vroeger in het vaccinatieboekje alleen de vaccinaties bijgeschreven, in het nieuwe Dierenpaspoort is per levensjaar een bladzijde gereserveerd voor het invullen van een uitgebreid klinisch onderzoek van het huisdier.

Het paspoort heeft de functie van een officieel document en elk paspoort heeft een uniek nummer. In combinatie met een sticker van de bij uw kat geplaatste microchip, is er sprake van een onlosmakelijk met uw kat verbonden geheel.