Welkom 
Zoeken 
Signalement 
Geschiedenis 
Anatomie
De Wilde Kat
Een kat in huis 
Verzorging 
Voeding 
Op Reis 
Naar de Dierenarts 
Medisch
Voortplanting 
Fokken
Een Kitten
Rassen overzicht
Adressen 
Tips 
Spreekbeurten 
Disclaimer 
CatsGroove

Noorse Boskat
Een rustige wilde kat met een lange, dikke vacht
Noorse Boskat 01
Deze kat komt al heel lang voor in Scandinavië. Talloze legendes beschrijven een grote kat met een lange, dikke staart. Thor, de machtigste van de goden in de Noorse mythologie, slaagde er niet in hem op te tillen. Freya , godin van de liefde en de vruchtbaarheid, reed in een kar die werd getrokken door deze katten. Noorwegen wordt beschouwd als het land van herkomst van deze sprookjeskat. Maar misschien waren het de Vikingen die in de achtste eeuw uit Klein-Azië (Kaukasus, Anatolië, etc.) katachtigen meenamen om op de ratten te jagen die hun drakenboten teisterden? Of hebben stammen uit Centraal-Europa of uit Azië, die zich voor de Middeleeuwen in Scandinavië hadden teruggetrokken, ook katten geïntroduceerd? Door het zeer strenge klimaat van dit gebied moesten deze katten, die uit een andere omgeving kwamen en gewend waren in het wild te leven, een dikke, isolerende en waterdichte vacht ontwikkelen. Hun gewicht en afmeting namen toe. Geleidelijk aan trok deze Boskat vanuit het woud naar de boerderijen. Rond 1930 startten Noorse fokkers een selectieprogramma om dit ras te behouden; een sterk gestel gekoppeld aan de schoonheid van zijn vacht. Er werden exemplaren tentoongesteld in Oslo. In 1972 werd het ras erkend. In 1975 zagen de eerste rasclub en de eerste rasstandaard het licht. In 1977 erkende de F.I.Fe het ras. Er werd een officiële standaard opgesteld en vervolgens aangepast om iedere verwarring met de Maine Coon te vermijden. De eerste Noorse Boskatten kwamen in 1979 aan in Duitsland en de Verenigde Staten, in 1980 in Groot-Brittannië en vervolgens in 1982 in Frankrijk. Zweden schijnt de grootste populatie Noorse Boskatten te hebben. Op tentoonstellingen is deze kat een zeer groot succes. Zijn wilde, robuuste uiterlijk en zijn natuurlijke schoonheid worden erg gewaardeerd.

Algemene kenmerken
Groot postuur. Gewicht: 3 tot 9 kg.De vrouwtjes kunnen aanzienlijk kleiner zijn dan de mannetjes. Langgerekt lichaam, stevig gebouwd. Dubbele vacht.

Land van herkomst
Noorwegen

Oorspronkelijke naam
Skogkatt, Norsk Skogkatt, Skaukatt, Wegrie

Andere naam
Boskat

Conditie
Een alerte, stevige en gespierde kat.

Opmerkingen
Toegestane kruising met andere rassen: geen.

Fouten
Een te kleine, tengere kat. Een cobby of extreem lang lichaam. Een ronde of een vierkante kop. Profiel met een stop. Kleine oren. Kleine of ronde ogen. Korte poten of staart. Te fijne botten. Een droge vacht.

Karakter/bijzonderheden
onbekend

HoofdNoorse Boskat 02
Driehoekige vorm, even lang als breed. Plat voorhoofd. Recht profiel, zonder stop. De snuit volgt de lijn van de kop, zonder pinch. Middellange neus. Krachtige kin, eerder vierkant dan rond, nooit spits (u). De eerste Noorse Boskatten hadden een minder lange kop en hun profiel was minder recht dan tegenwoordig.

Oren
Middelgroot, breed en open aan de basis, licht afgerond aan de uiteinden. Flink uit elkaar staand en zodanig op de zijkant van de kop geplaatst, dat de oorbasis de lijn volgt van de kop tot de kin. Lange haren aan de binnenkant. Lynxtips zijn wenselijk.

Ogen
Grote, amandelvormige ogen, iets schuin staand. Alle kleuren worden geaccepteerd, voorkeur voor groen of goud. Blauwe, koperkleurige of verschillend gekleurde ogen bij de witte katten.

Hals
Van gemiddelde lengte en gespierd.

Lichaam
Massief, robuust, maakt een krachtige indruk. Matige lengte met een brede, ronde borst. Zwaar beendergestel en stevig gespierd.

Poten
Middellange, gespierde, rechte poten. De achterpoten zijn langer dan de voorpoten, zodat het achterdeel hoger staat dan de schouders. Sterke beenderen. Goed gespierde dijen. Grote, ronde voeten met plukjes lang haar tussen de tenen.

Staart
Lang, ruig behaard, hoog gedragen. Het puntje van de staart reikt tot de nek. Breed bij de aanzet, dunner uitlopend naar de punt.

Vacht
Dubbele vacht, halflangharig. Een zeer dikke, wollige ondervacht. De gladde, glanzende, vettige dekharen zijn waterafstotend. De vacht is onregelmatig; korter op de schouders en langzaam langer wordend op de rug en de flanken. Een bef, kraag en broek maken de volle vacht compleet.

Kleur
Alle kleuren worden erkend, behalve colourpoint, chocolate en lilac, cinnamon, fawn en Burmese patronen. Iedere hoeveelheid wit is toegestaan.