Welkom 
Zoeken 
Signalement 
Geschiedenis 
Anatomie
De Wilde Kat
  Katachtigen
  Tijgers
Een kat in huis 
Verzorging 
Voeding 
Op Reis 
Naar de Dierenarts 
Medisch
Voortplanting 
Fokken
Een Kitten
Rassen overzicht
Adressen 
Tips 
Spreekbeurten 
Disclaimer 
CatsGroove

Gedrag van de Wilde Kat

2 leeuwen lopend door het water Hoewel de meeste katten tegenwoordig wel als huisdier gehouden kunnen worden, zijn ze hun natuurlijke gedrag nog lang niet verleerd. U moet dan ook iets van dat gedrag afweten om een kat goed te kunnen begrijpen en op te voeden.

Tot voor kort was daar nog maar weinig over bekend. Nu de kat als huisdier steeds populairder wordt, vindt er de laatste jaren op grote schaal onderzoek plaats naar kattengedrag.

Uit die onderzoeken is inmiddels gebleken dat zoogdieren (dus ook katten) over het algemeen een gedragspatroon vertonen dat vrij gemakkelijk veranderd kan worden. Met andere woorden: ze kunnen zich goed aanpassen aan verschillende omstandigheden. Een voorbeeld laat dat duidelijk zien. In beginsel lijken alle katten precies hetzelfde dieren. Wanneer we echter katten met elkaar vergelijken die op verschillende plaatsen en onder verschillende omstandigheden leven, blijken ze er allemaal verschillende gewoonten op na te houden. Sommige katten jagen bijvoorbeeld op muizen en andere kleine dieren, terwijl er ook katten zijn die op ratten, vogels, reptielen en zelfs op vis jagen. Het is maar net welke prooidieren er beschikbaar zijn. Voor het jagen op vogels is natuurlijk een heel andere jachttechniek nodig dan voor het jagen op vissen: een kat past zich dus aan de bestaande situatie aan. Wat bij elke kat hetzelfde blijft, is het feit dat ze jaagt.

Territorium
Niet alle katten zijn gedomesticeerd: ook vandaag de dag komen er nog wilde katten voor: Rond boerderijen, in oude huizen, op afgelegen plekken en op eilanden leven ze van de prooi die ze vangen en van het afval dat mensen weggooien. Meestal vormt de plaats waar de kat eet het centrum van haar territorium. Zo vinden boerderijkatten hun voedsel rond de boerderij en in de schuren: daar zitten veel muizen. Ook deze wilde katten zijn in de afgelopen jaren bestudeerd. Op die manier zijn wetenschappers heel wat over het oorspronkelijke gedrag van de kat te weten gekomen.

De ruimte waarover wilde katten kunnen beschikken blijkt nogal te variëren: in een Londense voorstad heeft een kat een territorium van gemiddeld 0,02 hectare; in Australië kat het leefgebied van een wilde kat wel 170 hectare groot zijn. Stadskatten hebben dus een kleiner territorium dan plattelandskatten, Katers (mannetjes) blijken ongeveer drieëneenhalf keer zoveel ruimte nodig te hebben dan poezen (vrouwtjes). Hier zijn verschillende verklaringen voor. De eerste is dat katers grote afstanden afleggen om krolse poezen te vinden. Een andere verklaring kan zijn dat een kater veel sociale bezoekjes brengt aan zijn vrouwtjes; vooral ‘s nachts maakt hij hiervoor lange wandelingen. Als hij niet meteen een vrouwtje kan vinden, gaat hij luid zitten miauwen. In de meeste gevallen verschijnt er dan wel een poes om hem te begroeten.

Jagen
Tijger met een stuk prooiKatten houden zich een deel van de dag bezig met jagen. Sommige wilde katten doen dit zelfs elf uur per dag! Over het algemeen jagen poezen meer dan katers. Waarschijnlijk heeft dit te maken met het feit dat poezen hun kittens (jongen) moeten voeden. De meest gewilde plek voor de jacht is een gemaaid (gras)veld. Prooidieren (zoals muizen) kunnen daar maar weinig dekking zoeken. Zodra een kat in het jachtgebied arriveert, gaat zij zich langzamer voortbewegen en houdt ze haar blik naar de grond gericht. Na enkele meters stopt zij om de rest van het jachtterrein te verkennen. Een kat reageert voornamelijk op (knisperende) geluiden en op bewegingen. Komt er ergens een muis te voorschijn, dan springt de kat erop af zodra het diertje zich iets buiten zijn holletje vertoont. Op die manier verkleint de kat de kans dat de muis zich weer in zijn holletje verstopt en vergroot ze dus haar eigen kansen om de prooi te grijpen.

Wanneer een kat een prooidier heeft gevangen, speelt ze er vaak eerst een tijdje mee voordat ze het doodmaakt. Het is niet precies bekend waarom zij dit doet, maar er bestaan wel een aantal theorieën over. Sommige onderzoekers beweren dat de kat haar prooi eerst wil vermoeien voordat zij hem doodbijt. Dit zou vooral gebeuren als de prooi eigenlijk te groot is voor de kat. Andere onderzoekers gaan ervan uit dat de kat haar ‘prooivanginstinct’ nog niet voldoende heeft bevredigd: ze speelt met haar prooi als een voortzetting van de jacht. Hoe een kat haar prooi moet doden, leert zij overigens al op heel jonge leeftijd van haar moeder. Wanneer een moederpoes niet in staat is haar jongen dit bij te brengen, bijvoorbeeld omdat ze vlak na de geboorte overlijdt, dan zullen veel van haar kittens niet weten hoe dit moet. Er zijn echter ook voorbeelden bekend van katten die op oudere leeftijd het jagen nog hebben geleerd van soortgenoten.

Geursporen afzetten
Cheeta rustend in het grasEen ander belangrijk kenmerk van de kat is dat zij geursporen uitzet. Zo laat zij andere katten weten wat haar territorium is. Dit uitzetten van haar geur doet een kat op drie verschillende manieren. In de eerste plaats bakent zij haar terrein af door het sproeien van urine. De kat sproeit de urine tegen een verticaal object terwijl de staart trillend omhoog staat. Dit sproeien wordt niet alleen langs de grenzen van het territorium gedaan. Over het algemeen sproeien poezen minder dan katers. Die doen het soms wel twintig keer per uur. Meestal begint het sproeien als de kat geslachtsrijp wordt (tussen de acht en tien maanden).

Geursporen worden ook uitgezet via de ontlasting. Doet de kat haar behoefte in het centrum van haar eigen territorium, dan begraaft zij het meestal. Buiten het centrum laat zij haar ontlasting onbedekt liggen. Het niet begraven van de ontlasting is dus zeker niet abnormaal, in tegenstelling tot wat sommigen wel beweren.

Geuren kunnen ook worden uitgezet door te krabben aan (onder andere) bomen. Een kat krabt namelijk niet alleen om haar nagels te scherpen, maar ook als visuele en geurmarkerings voor andere katten. Als een kat krabt in aanwezigheid van soortgenoten, is dat een teken van dominantie. Geursporen zijn voor katten informatiedragers. De kat kan het geslacht van de ‘afzender’ van het spoor vaststellen en, als het om een vrouwtje gaat, afleiden of ze krols is of niet. Vermoedelijk kunnen katten zelfs onderscheid maken tussen geursporen van bekende en vreemdelingen.