Welkom 
Zoeken 
Signalement 
Geschiedenis 
Anatomie
De Wilde Kat
Een kat in huis 
Verzorging 
Voeding 
Op Reis 
Naar de Dierenarts 
Medisch
Voortplanting 
Fokken
  Beperking
  De Dekking
  De Dracht
  De Bevalling
  De Kittens
Een Kitten
Rassen overzicht
Adressen 
Tips 
Spreekbeurten 
Disclaimer 
CatsGroove

Geboortebeperking
Het kan zijn dat u na een of meer­dere nesten geen kittens meer van uw poes wilt hebben. Wanneer er bij haar erfelijke afwijkingen zijn vastgesteld, kan het zelfs beter zijn dat er helemaal geen kittens ter wereld komen. Tenslotte kan de overbevolking van katten in Nederland ook een belangrijk argu­ment zijn.

Sterilisatie en CastratiePoes op krabpaal
Het is een wijdverbreid misver­stand dat een poes eerst een nest gehad moet hebben voordat ze een onvruchtbaarheidsoperatie kan ondergaan. Deze misvatting is bovendien een bijzonder slecht argument om 'dan maar' een nest te fokken! Hoewel een onvruchtbaar­heidsingreep bij een poes in de volksmond altijd sterilisatie wordt genoemd (formeel het afbinden van de ei- of zaadleiders), is er feitelijk sprake van een castratie (het ver­wijderen van de geslachtsorganen). Een poes kan in principe enkele weken na de eerste krolsheid gecastreerd worden. Dat heeft (naast het voorkomen van onge­wenste nesten) als voordeel dat de kans aanzienlijk kleiner wordt dat er op latere leeftijd baarmoederont­steking ontstaat. Verder komt er zo een eind aan de ongemakken van een krolse poes in huis en sproeien­de katers voor de deur.
Als nadeel van een castratie kan het (overigens kleine) operatierisico genoemd worden. Soms kan te veel gewichtstoename optreden na een sterilisatie. Dat is iets wat u echter helemaal zelf in de hand kunt hou­den. In zo'n geval heeft de poes na de ingreep minder voeding nodig, omdat haar hormonale stofwisse­ling is veranderd. Ook krijgt een poes na castratie vaak minder lichaamsbeweging dan in de tijd dat haar seksuele instinct haar nog dreef. Wanneer u dan dezelfde hoe­veelheden voedsel blijft verstrekken die de poes v66r de ingreep gewend was, zal ze kunnen gaan vervetten. In dat geval is het beter om de poes regelmatig te wegen en de hoeveelheid voeding af te stem­men op haar lichaamsgewicht.

Middelen tegen krolsheid
Een tijdelijk alternatief voor (defi­nitieve!) castratie van de poes is de bekende poezenpil of een antikrols­heid-injectie met het drachtig­heidshormoon progesteron. Hierdoor heeft het lichaam de indruk dat het dier drachtig is en zal de eisprong onderdrukt worden. De voorkeur gaat uit naar het geven van de pil in plaats van de injectie met progestagenen, omdat de reac­tie van de poes minder wisselend is en de vruchtbaarheid minder snel verstoord zal raken. Bovendien kan van de ene op de andere dag met
de poezenpil worden gestopt wan­neer de poes toch al drachtig bleek te zijn. Als bijwerking van langdu­rige krolsheidpreventie kan soms baarmoederontsteking, vetzucht en suikerziekte optreden. De kans op de ontwikkeling van goed- en kwaadaardige melkkliertumoren is ook iets groter. Om deze reden wordt sterk afgeraden om met een antikrolsheidbehandeling te begin­nen voor de eerste krolsheid.
Als er geen fokplannen zijn, ver­dienen castratie of ovariectomie3 kittens (verwijdering van de eierstokken) beslist de voorkeur. Bij deze ingre­pen wordt het risico op melkklier­tumoren, die bij een poes vaak kwaadaardig zijn, namelijk aan­zienlijk minder. Ovariectomie kan plaatsvinden vanaf een leeftijd van zeven tot negen of vroeger als de poes eerder krols wordt.

Schijndracht
Ook bij poezen kan schijndracht optreden. Dit gebeurt wanneer een eisprong heeft plaatsgevonden zon­der dat er een dracht is gevolgd. Bij poezen gaat schijndracht echter niet, zoals bij de hond, gepaard met verschijnselen als zwelling van de melkklieren, melkproductie en gedragsverandering. Het zal alleen ongeveer zes weken langer duren dan normaal voordat de poes weer krols wordt. Dit zal de eigenaar niet opvallen en uitgelegd worden als een onregelmatige krolsheid.