Welkom 
Zoeken 
Signalement 
Geschiedenis 
Anatomie
De Wilde Kat
Een kat in huis 
Verzorging 
Voeding 
Op Reis 
Naar de Dierenarts 
Medisch
Voortplanting 
Fokken
  Beperking
  De Dekking
  De Dracht
  De Bevalling
  De Kittens
Een Kitten
Rassen overzicht
Adressen 
Tips 
Spreekbeurten 
Disclaimer 
CatsGroove

Groei van de Kittens
Het is aan te raden de kittens regelmatig te wegen. Eerst dagelijks op hetzelfde tijdstip, later wekelijks. Zo krijgt u een goede indruk van het verloop van hun groei en daarmee van hun gezondheidstoestand. In principe groeit een kitten vanaf het moment dat hij geboren wordt. In uitzonderingsgevallen kan een lichte terugval in lichaamsgewicht optre­den, bijvoorbeeld wanneer de moe­derpoes in het begin te weinig melk geeft. Er moet echter uiterlijk 48 uur na de geboorte sprake zijn van gewichtstoename.

GewichtsverliesDe Kittens 04
Een verlies van tien procent (of meer) van het geboortegewicht is een alarmerend teken. In dat geval moet u meteen ingrijpen door bij te voeden met kunstmelk. Het is dan ook raadzaam van elk kitten afzon­derlijk een gewichtscurve bij te hou­den. Zo kunnen afwijkingen in de groeilijn u niet ontgaan. Deze afwijkingen zijn namelijk vaak de eerste tekenen van optredende problemen. Bij de geboorte wegen kittens, afhankelijk van het ras, tussen de 85 en 120 gram. Gedurende de eerste levensweken is een gewichtstoena­me van ongeveer 100 gram per week wenselijk. In de meeste geval­len is het geboortegewicht op een leeftijd van tien dagen verdubbeld. Dat betekent dat de dagelijkse groei deze eerste dagen gemiddeld tien procent van het geboortegewicht bedraagt. Katertjes zijn zwaarder en groeien sneller, waardoor ze op een leeftijd van negen weken al onge­veer 100 gram zwaarder zijn dan poesjes. Wanneer een kitten wat groei betreft goed op schema ligt, gaan de oogjes gemiddeld na zeven tot twaalf dagen open en de gehoor­gangen na ongeveer twaalf dagen.
Ook wanneer er geen sprake is van gewichtsverlies, maar wel van onvoldoende of stagnerende groei, moet u tijdig gaan bijvoeden met kunstmelk. Dit voorkomt problemen achteraf.

Onvoldoende melkopname
Wanneer de kittens niet genoeg groeien, kan er sprake zijn van onvoldoende melkopname. De oor­zaken hiervan kunnen zowel gelegen zijn bij de moederpoes (geen of onvoldoende melkproductie al dan niet door een te grote worp, gedragsstoornissen, tepelvorm) als bij de kittens (zwakte, onderkoeling, misvormingen, gedragsstoornissen). Door het zogen komt er in het lichaam van de poes een hormoon, oxytocine, vrij waardoor zij de melk 'laat schieten'. Bij een onvoldoende melkgift kunnen bepaalde hormonen soms wel de melkproductie wat verhogen, maar dit lukt niet met oxytocine. Dit hor­moon bevordert alleen de afgifte van de melk uit de melkkier, maar niet de productie.

Gemiddelde groei van kittens
(Europees korthaar)
Leeftijd weken
1
2
4
6
8
12
18
25
40
Gemiddeld gewicht/gram
205
285
430
600
810
1200
1920
2800
3300




Voeding
Tijdens de eerste levens­weken is voeding van de moederpoes groot belang. Zij moet de kittens zogen en verbruikt daarbij veel energie. De kittens gedijen uitstekend op moedermelk, maar zullen op den duur toch moeten overstappen op vaster voedsel.

Voeding van de Moederpoes
In de weken na de geboorte moet er bijzondere aandacht besteed worden aan de voeding van de moederpoes. De eerste dagen kan het nodig zijn haar eten te geven in de 'kraamdoos', zeker als u merkt dat ze niet van plan lijkt deze plek te verlaten. In de tweede tot de vierde week van de lactatie (zoogperiode) heeft ze vooral behoefte aan extra energie. De kit­tens groeien snel en zijn helemaal afhankelijk van de melk die door hun moeder wordt geproduceerd. Daarom is de energiebehoefte van de poes zo hoog. De hoeveelheid voedsel die ze nodig heeft, kan wel drie en een half keer zo groot zijn als gebruikelijk! Hoewel de kittens vanaf de vierde levens­week beginnen met het opnemen van vast voedsel, zal de energie­behoefte van de poes hoog blijven tot het spenen van de kittens op een leeftijd van zeven tot acht weken. In die laatste weken wor­den de kittens nog gezoogd, ter­wijl de moederpoes al begonnen is haar lichaamsreserves weer op te bouwen. Het is daarom aan te bevelen de poes een smakelijke, licht verteerbare voeding te geven die veel energie bevat, bijvoor­beeld een calorierijke, prestatie­voeding. Het kan geen kwaad wanneer de kittens hiervan mee­-eten, maar de kans hierop is klein aangezien zij meestal de voorkeur geven aan de kleine, smakelijke kittenbrokjes. Onbeperkt voedsel aanbieden verdient de voorkeur. Zo kan ze zelf haar energieopna­me optimaal regelen.

Gebrek aan moedermelk
In hun eerste levensweken drinken kittens uitsluitend moedermelk. Nu kan het wel eens voorkomen dat de moederpoes geen of te wei­nig melk geeft. In hele zeldzame gevallen kan de poes meteen na de geboorte overlijden, zodat de kittens zonder moeder en dus zon­der moedermelk achterblijven. In die gevallen kunt u proberen de kittens over te leggen naar een andere melkgevende poes. Helaas is zo'n vervangend moederdier maar zelden voorhanden. Meestal zult u de kittens zelf moeten voe­den met kunstmelk.

Voedingsschema voor moederloze kittens 
Leeftijd
in weken
1
2
3
4
5
6
Kunstmelk
p. maaltijd/ml
2-7
7-9
10
10
Maaltijden per
24 uur
9-12
9
9
7
7
6

KunstmelkDe Kittens 02
Kunstmatige melkvoeding voor kittens is verkrijgbaar bij dieren­arts of dierenspeciaalzaak. U heeft de keus tussen kant-en-klare kit­tenmelk in blikjes en poeder dat u zelf moet aanmaken. De samenstelling van poezenmelk wijkt op belangrijke punten af van die van gewone koemelk. Vooral het eiwit- en energiegehalte verschil­len aanzienlijk. Zo is het energiegehalte van koemelk bijvoorbeeld veertig procent lager dan dat van poezenmelk. Daarom is het niet aan te raden zelf vervangende melk samen te stellen. De kant-­en-klare producten voldoen opti­maal aan de behoeften van uw kit­tens. In noodgevallen, zoals
's nachts of in het weekend, kunt u ter overbrugging beginnen met een mengsel van volle melk en koffiemelk. Poedermelk kunt u het best in een grotere hoeveelheid aanmaken en vervolgens in meer, kleine porties verdelen. Het gedeelte dat u wilt gebruiken warmt u
'au bain marie' op (een bakje kunstmelk in een laagje warm water) tot een temperatuur van ongeveer 37°C. De melk mag beslist niet te warm worden! Hete melk kan de tere mondholte en slokdarm van de kittens verbranden. Bovendien beschadigt oververhitting de eiwitten, waardoor de melk haar voedingswaarde verliest. De por­ties die u niet meteen gebruikt, kunt u maximaal een dag in de koelkast bewaren. Ga bij de berei­ding van kunstmelk hygiënisch te werk. De zuigflesjes moet u tussen de voedingen door goed schoonmaken en uitkoken.
Op de verpakking van de kunst­melk vindt u precieze richtlijnen voor de hoeveelheid. Globaal bedraagt die 250 tot 300 milliliter kunstmelk per kilogram lichaams­gewicht per dag (zie het voedings­schema). Deze globale richtlijn gaat uit van de veronderstelling dat een eventueel aanwezige moe­derpoes helemaal geen melk (meer) produceert. Vanaf de vier­de levensweek kunt u beginnen met het geven van vast voedsel naast de kunstmelk.

Maagsonde
Het toedienen van kunstmelk aan kittens is een tijdrovend werkje, vooral als het nest groot is. Bovendien bestaat er nogal veel kans op verslikken. Een maagson­de kan een goede hulp zijn om de kittens binnen acceptabele tijd te voeden en de kans op verslikken uit te sluiten. Het gebruik van de maagsonde schrikt menigeen aan­vankelijk af. Toch blijkt het (na enige oefening) een perfecte, pro­bleemloze oplossing. De dieren­arts kan u demonstreren hoe het toedienen van maagsondevoeding werkt en u bij uw eerste pogingen behulpzaam zijn.
Leg de sonde langs het lichaam van de kitten en meet de afstand vanaf de kin tot de laatste rib. Markeer deze afstand met water­vaste viltstift op de sonde. Zo kunt u er zeker van zijn dat de sonde in de maag is aangekomen zodra de markering het bekje heeft bereikt. Spuit de benodigde hoeveelheid melk heel rustig in de maag. Dit mag gerust een paar minuten in beslag nemen. Houd het kopje van de kitten omlaag terwijl u de sonde verwijdert. Zo voorkomt u dat hij zich verslikt in eventueel teruggelopen melk.

Flesvoeding
Wanneer u de kittens met de fles wilt grootbrengen, kunt u voor kleine kittens een flesje van 60 milliliter gebruiken. De opening in de speen moet net groot genoeg zijn om de melk er langzaam uit te laten sijpelen. Het kitten moet zelf actief drinken: u mag de melk nooit in het bekje spuiten. Als u dat wel doet, kan het in de longen terechtkomen (met alle nare gevolgen van dien).

Massage Anusgebied
Een poes likt na het zogen het anusgebied van haar kittens. Ze doet dat om de urine- en ont­lastingproductie te stimuleren. Na een kunstmelkvoeding moet u dit gedrag imiteren door bijvoorbeeld met een gaasje het gebied rond de anus en de onderbuik te masseren. Zonder deze stimulans zullen de kittens hun ontlasting en urine gaan ophouden. Het spreekt voor zich dat dit vervelende gevolgen kan hebben.

Diarree
Kittens die met kunstmelk worden gevoed, kunnen last krijgen van diarree. In dat geval mag u beslist niet stoppen met voeden of de hoeveelheid kunstmelk verminde­ren. Kunstmatig gevoede kittens zijn namelijk extra gevoelig voor uitdroging. Soms kan het zelfs nodig zijn dat de dierenarts wat extra vocht onder de huid toedient.

Vast VoedselDe Kittens 03
U kunt de kittens gaan bijvoeren met wat vast voedsel als ze vier weken oud zijn. Begin met onge­veer tien gram vaste voeding per dag. Geef eerst wat melk en rijste­bloem met een beetje fijngeprakt blikvoedsel voor kittens, later kunt u daar wat kittenbrokjes aan toevoegen. U kunt de kittens aan het voedsel laten wennen door het op een puntig lepeltje aan te bie­den. Ze zullen het snel gaan oplik­ken en uiteindelijk zelf uit een bakje kunnen eten. Geleidelijk aan zullen de kittens minder bij hun moeder gaan drinken en meer vast voedsel gaan opnemen. Het afwennen van de moedermelk wordt spenen genoemd. Dit pro­ces is meestal op een leeftijd van zeven weken voltooid. Dan bestaat de voeding voornamelijk uit com­plete blik- of vleesvoeding en een paar kittenbrokjes om op te kau­wen. U kunt de droge brokjes in het begin weken in wat visnat of bouillon. Het ideale speengewicht ligt tussen de zeshonderd en dui­zend gram. Katertjes zijn op dit tijdstip al duidelijk zwaarder dan poesjes. Kittens hebben geen grote maag. Daarom is het aan te raden om ze veelvuldig kleine porties energierijk voedsel te geven. Ook dit kunt u onbeperkt doen, omdat kittens zich (in tegenstelling tot pups) niet snel zullen overeten. Er zijn speciale, complete kitten­brokjes verkrijgbaar die kleiner en zachter zijn dan het gebruikelijke droogvoer voor volwassen katten. Bovendien zijn ze rijker aan vet­ten en eiwitten. Op boven beschre­ven wijze zorgt u voor een pro­bleemloze overgang van melk naar vast voedsel.

Voeding bij de nieuwe eigenaar
Een kitten gaat gemiddeld op een leeftijd van tien tot twaalf weken naar een nieuwe eigenaar. Wettelijk gezien (Besluit Scheiden van Dieren, Artikel 39 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren) mag een kitten niet eerder dan op een leeftijd van zeven weken van de moeder worden gescheiden. Dit wordt beschouwd als de natuurlijke speenleeftijd. Fokkers van raskatten moeten zelfs een grens van dertien weken aanhouden, in verband met het voltooien van de volledige enting. Vaak gaan de overgang naar een nieuwe omgeving en de scheiding van moeder en nestgenootjes gepaard met stress en verminder­de eetlust. De nieuwe eigenaar kan voorkomen dat daarbij ook nog eens diarree ontstaat door het kitten in het begin dezelfde voe­ding te geven die het diertje thuis (bij de fokker) kreeg. Een wisse­ling van voeding kan het best een a twee weken na de 'verhuizing' plaatsvinden. Net als de overgang naar vast voedsel moet ook deze verandering geleidelijk worden doorgevoerd. Dit gaat probleem­loos door dagelijks iets meer van het nieuwe voer door het oude te mengen.

Een schoteltje melk ?
Wanneer kittens eenmaal gespeend zijn, is er geen reden meer om ze melk te geven. Tijdens de verdere ontwikkeling van het maag-darmkanaal van een kitten neemt het vermogen om melksuiker te verteren gestaag af. Uiteindelijk zal het enzym dat zorg draagt voor die vertering helemaal verdwijnen. Volwassen katten kunnen dan ook last krijgen van diarree als ze gewone (koe)melk drinken. Wilt u toch af en toe melk geven, dan is speciale kattenmelk een goed alternatief. Deze melk is arm aan lactose (melksuiker). Bij katten die van jongs af aan gewend zijn om altijd gewone melk te drinken, verdwijnt dit spe­cifieke enzym echter niet uit het darmstelsel. Zij kunnen dus zon­der vervelende gevolgen melk blijven drinken. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, hoeft de melk niet met water aange­lengd te worden.

Gedrag
Naast erfelijke of soms ras­gebonden eigenschappen zijn de eerste twaalf levensweken van een kitten heel belangrijk. In deze periode wordt de basis gelegd voor het gedrag dat hij zijn verdere leven zal vertonen. Daarom is het van groot belang uw kittens juist dan zorgvuldig te begeleiden.

SocialisatieDe Kittens 01
Een fokker houdt moeder en kittens de eerste weken veelal afgezonderd van een druk huisgezin. Pas als de kittens een week of 3 a 4 zijn zullen ze voorzichtig deel gaan nemen aan de huiselijke kring. Vanaf de tweede levensweek zullen de kittens u voor het eerst echt zien. Vanaf dat moment wordt hun gezichtsvermogen steeds beter. Ze zullen zich nog steeds in de buurt van de moederpoes ophouden, maar gaan in haar buurt wel op onder­zoek uit.
De kittens moeten regelmatig opge­pakt worden, zodat ze er aan wennen om in mensenhanden te zijn. Oppakken alleen is niet genoeg. Ze moeten aangehaald worden en ondanks dat ze geen commando's zullen leren, zoals een hond, is veel praten ook goed. Gehoorzaamheidstraining zit er dus niet in, maar heeft de kat u lief horen praten als u hem gezellig op schoot had, dan zal hij zeker de boze klank in uw stem herkennen als hij iets stouts doet.

Een kitten moet bijvoorbeeld leren om niet aan het behang te krabben of in snoeren te bijten. Door uw stem te verheffen zal het kitten schrikken en behangkrabben met dat nare geluid associëren en het niet meer doen. Afleiden kan ook als middel dienen. Wordt de kat iedere keer 'wegge­roepen' vanaf een bepaalde plek, dan kan hij zijn aandacht er voor ook verliezen. Uiteindelijk is het leuker om door u geroepen te worden en te ontdekken dat u met een speelgoedje klaarstaat om met hem te spelen. (Bij een hond zou dit neerkomen op negatief gedrag belonen. Een kat kent het principe van belonen niet). Spelgedrag is heel belangrijk voor de lichame­lijke- en geestelijke ontwikkeling van de kittens.
Ook geluiden zijn belangrijk. Indien kittens gedurende deze belangrijke periode in constante afzondering worden gehouden, dan zullen ze hun hele leven schuw blijven.
Harde muziek, televisie, de stofzui­ger en de wasmachine moeten voor een kitten normale geluiden zijn. Iedere omgeving heeft zo zijn eigen geluiden (wel of geen slaande kerk­klok, of een woning in de buurt van een vliegveld), waar een kitten bij zijn nieuwe baasje aan zal moeten wennen, maar de huiselijke gelui­den moeten hem eigen zijn.

Niet alleen de langharige katten zoals perzen, maar ook de halflang­harigen en de kortharigen moeten van jongs af aan vertrouwd gemaakt worden met vacht- en andere lichaamsverzorging. De oog­jes zullen schoongemaakt moeten worden. Als de oogjes voor het eerst opengaan kunnen ze wel eens een beetje dichtplakken. De dierenarts kan u een tubetje zalf geven om de oogjes dan schoon en gezond te houden. Schoonmaken met lauw gekookt water kan ook.
leder kat kan in zijn leven weleens een ongelukje hebben, waardoor hij
gewassen moet worden. Slechts een enkele kat vindt water leuk. Als kit­tens in hun socialisatie periode eens (of meerdere keren) gewassen en (niet te warm) drooggeföhnd zijn, dan zal het voor de toekomst niet problematisch zijn.

Jonge kittens die gezellig op schoot zitten kunt u bijvoorbeeld met een vlooienkammetje kammen, dan wennen ze meteen aan de regelma­tig terugkerende vachtverzorging.
Kittens worden meestal 'onopge­merkt' zindelijk. De moeder leert haar kittens om de kattenbak te gebruiken. Als er al iets naast de bak terecht komt wordt dit vaak veroorzaakt doordat de kattenbak te ver weg staat voor het nog kleine katje. Het kitten zal bijvoorbeeld langs een plint zitten piepen en heen en weer draaien. Als u dit ziet pakt u hem op en zet hem voorzichtig in de kattenbak. Zo klein als ze zijn begraven de meeste kittens keurig hun uitwerpselen.

Gezondheid van de kittens
Pasgeboren kittens moeten worden onderzocht op (erfelijke) afwijkingen die niet verenigbaar zijn met het leven. Voorbeelden hiervan zijn een open gehemelte, een open ruggetje, een gescheurde buikwand ter hoogte van de navel, het ontbreken van de anus of een waterhoofdje. Wanneer de kittens lijden aan dit soort ernsti­ge afwijkingen, kan euthanasie in een vroeg stadium veel pijn en ellende voorkomen. Onder pasgebo­ren kittens komen ook aandoenin­gen voor die gelukkig wel te gene­zen zijn. Zo krijgen kittens die in stuitligging worden geboren wel eens vruchtwater binnen. De lucht­weg problemen die hierdoor ont­staan, kunnen eenvoudig met antibi­otica worden behandeld. Het meest verraderlijk is sterfte zonder duidelijke oorzaak. Hoewel die heel snel kan optreden, zijn er wel bepaalde tekenen waar u alert op moet zijn: huilen, onrust, onderkoeling, diar­ree, ademhalingsproblemen en liggen of voortbewegen met gespreide pootjes. Schakel bij deze sympto­men zo snel mogelijk de dierenarts in: het toedienen van antibiotica, vocht, dwangvoedering en warmte is van essentieel belang om de kit­tens te kunnen redden!

Opgezwollen buik
Het binnen enkele dagen na de geboorte geleidelijk verschijnen van een opgezwollen buik kan wijzen op het ontbreken van de anus (een aan­geboren afwijking). Hierdoor kan een kitten zijn ontlasting eenvoudig­weg niet kwijt. De oorzaak kan ook liggen in het feit dat de moederpoes onvoldoende moedereigenschappen vertoont en haar kittens te weinig schoonlikt. Dit likken stimuleert namelijk de ontlasting- en urine-uit­scheiding. U kunt proberen de moederpoes te prikkelen om de kittens te gaan likken door een smakelijke pasta of de olie van sardientjes uit blik op hun buikjes te smeren.

Bloedvergiftiging
Jonge kittens zijn gevoelig voor bloedvergiftiging door bacteriën na een navelinfectie (als gevolg van onvoldoende desinfectie) of bij een algeheel verminderde weerstand. Verminderde weerstand kan optre­den bij een laag geboortegewicht en/of een slechte voedingstoestand, onderkoeling, infecties met virussen of parasieten en aangeboren (erfe­lijke) afwijkingen. De bacteriën die de bloedvergiftiging veroorzaken, kunnen afkomstig zijn uit het maag-darmkanaal, de luchtwegen, de huid, wondjes (navel) en de urine­wegen.

Platte borstkas
Zo nu en dan wordt bij kittens een afwijkende, platte borstkas gevon­den. Dit is ook bekend onder de naam 'flat chested kitten syndro­me'. Bij de geboorte is er niets te zien, maar na enkele dagen gaat het kitten achterblijven bij de nest­genoten, wordt zwakker en gaat moeilijker ademhalen. Dit wordt veroorzaakt door de vervorming van de borstkas. Bij enkele dieren kan hiernaast ook nog een naar binnen wijzend borstbeen aanwezig zijn, de zogenaamde pectus exca­vatum, de oorzaak is niet duidelijk, maar er wordt gedacht aan verkeer­de voeding of ziekte van het moe­derdier tijdens de dracht en/of erfe­lijke invloeden.

Zwemmers
Sommige kittens hebben problemen met staan en vertonen slappe pootjes. Deze diertjes worden wel 'zwemmers' genoemd. Een injectie met vitaminen laat vaak al binnen enkele dagen herstel zien. Fokkers hebben de ervaring dat deze aandoe­ning kan worden voorkomen door de moederpoes tijdens de dracht extra vitamine B te geven (bijvoor­beeld in de vorm van gistvlokken door de voeding). In de praktijk kan men ook gebruik maken van specia­le ligbedjes die onregelmatig van vorm zijn. Hierdoor wordt het kitten gedwongen op zijn zij te liggen. De pootjes worden met pleisters aan elkaar vast gemaakt ..

Controle
Goed verzorgde kittens liggen dicht tegen elkaar aan te slapen of te drinken bij de moederpoes. Hun huid is elastisch, glad, roze en gespannen. Hun buikjes zijn rond en gevuld. Bij beginnende verzwakking kunnen de kittens huilen, verspreid door de doos lig­gen, een lege maag hebben en uit­drogingsverschijnselen vertonen. Dit laatste kan zich tonen als een rimpelige huid met verlies van elasticiteit. De eigenaar kan dit controleren door de huid op de rug of de zijkant van de borstkas wat op te pakken en los te laten. Dit moet direct weer strak trekken. Wanneer de huid in een kam blijft staan, is er uitdroging aanwezig en dient direct vocht toegediend te worden.

Vaccinatie
Kittens lopen vanaf een leeftijd van gemiddeld acht tot twaalf weken een groter risico besmet te raken met allerlei ziekteverwekkers. Zelfs als ze uitsluitend binnenshuis worden gehouden. Het belang van tijdig en volledig inenten kan daarom niet genoeg benadrukt worden!

Moederimmuniteit
Als de moederpoes volledig en op tijd is geënt tegen katten- en nies­ziekte, kunnen haar kittens voor het grootste deel via de moeder­melk antistoffen opnemen tegen die ziekten. Het darmstelsel van kittens is vooral op de allereerste levensdag ontvankelijk voor deze antistoffen. Daarom is het zo belangrijk dat kittens meteen na de geboorte goed gaan drinken. De antistoffen bieden gemiddeld acht weken lang een optimale bescherming. Daarna begint de moederimmuniteit langzaam af te nemen. Op een leeftijd van twaalf weken zijn de kittens volledig gevoelig voor infecties. Dan zijn ze ook in staat om zelf antistoffen aan te maken als hun afweer wordt geprikkeld. In het meest ongunstige geval gebeurt dit wan­neer de kittens in aanraking komen met een ziekteverwekker. Het is daarom aan te raden nog onvolledig gevaccineerde kittens (jonger dan twaalf weken) uit de buurt te houden van onbekende, mogelijk niet gevaccineerde kat­ten en hun ontlasting.
Gelukkig treedt meestal prikke­ling van het afweersysteem op wanneer een kitten wordt gevacci­neerd met een verzwakt entvirus. Dit wekt wel de immuniteit op, maar is niet ziekteverwekkend.

Kritische periode
Zoals gezegd neemt tijdens de kritische periode tussen acht en twaalf weken de bescherming tegen infecties langzaam maar zeker af. Het kitten wordt geleide­lijk gevoeliger voor ziekteverwekkers, maar kan nog niet optimaal worden beschermd door vaccina­tie. Er zijn namelijk nog antistof­fen van de moeder in het lichaam aanwezig. Die zullen een gedeelte van de entstof 'wegvangen'. Wanneer er op een leeftijd van acht weken wordt begonnen met vaccineren, is niet met zekerheid te zeggen hoe groot de weerstand van de kitten op dat moment nog is. Bij het ene kittens is nog veel bescherming aanwezig, waardoor praktisch alle vaccindeeltjes wor­den weggevangen; het andere kit­ten heeft weinig antistoffen via de moedermelk opgenomen, waardoor juist veel eigen weer­stand wordt opgewekt. Hoewel het resultaat van een vaccinatie met acht weken dus nooit optimaal zal zijn, worden kittens toch ingeënt om het risico zo klein mogelijk te houden. De definitieve en meest succesvolle vaccinatie kan op een leeftijd van twaalf tot veertien weken worden toegediend. Er wordt dan ook aangeraden op een leeftijd van acht en twaalfweken te vaccineren. Zo blijft het risico op infecties minimaal. Een basis­enting bestaat dan dus uit mini­maal twee vaccinaties (op acht en twaalf weken) Het uiteindelijke vaccinatieschema wordt bepaald door de omgeving waarin de kit­tens opgroeien. Hoe meer kans ze daar lopen op besmetting, des te uitgebreider moet het vaccinatie­schema zijn. Alleen de dierenarts, die goed op de hoogte is van de omstandigheden, kan dit beoorde­len en u hierover adviseren. Bedenk hierbij overigens wel dat zelfs in een geïsoleerde flat op tien hoog kattenziektevirus kan worden binnengebracht, bijvoor­beeld onder uw schoenen of die van uw bezoek. Dit virus is buiten het lichaam namelijk erg resistent tegen uitdroging en desinfecteer­middelen en kan wel een jaar in de buitenwereld overleven.
Vaccinatieschema
Hoewel het vaccinatieschema vaak wordt afgestemd op speciale omstandigheden, zijn er wel gemiddelden te geven. Bijgaand schema is een voorbeeld van een veelgebruikt vaccinatieadvies:
  • Op acht weken leeftijd (eventueel): een vaccinatie tegen katten- ­en niesziekte met levend katten- en niesziektevaccin ('cocktail').
  • Op twaalf weken leeftijd: de definitieve vaccinatie met levend katten- en niesziektevaccin.
  • Vaccinatie tegen Chlamydophila is alleen noodzakelijk bij problemen in cattery's.
N.B. Elke fabrikant hanteert een vaccinatieadvies dat afgestemd is op zijn entstof. Er zijn daarom (kleine) onderlinge verschillen mogelijk.

Hondsdolheid
Een enting tegen hondsdolheid (ofwel rabiës) kan vanaf een leef­tijd van twaalf weken eenmalig worden toegediend. De vaccinatie zal minimaal twee, soms zelfs drie jaar bescherming bieden (afhankelijk van de gebruikte entstof). Neemt u uw kat mee naar het buitenland, dan is een herhalingsenting wettelijk verplicht. Deze moet minimaal een maand voor vertrek zijn toegediend.

Entstof
Bij vaccinatie kan gebruik worden gemaakt van twee soorten entstof: levende en dode. Levende (verzwakte) entstof geeft vanaf twaalf weken na eenmalige enting een zeer goede bescherming. De reden hiervan is dat levende entstof zich nog kan vermenigvuldi­gen in het lichaam zonder dat het dier er ziek van wordt, waardoor het afweersysteem sterker wordt geprikkeld en een veel betere en langduriger afweer wordt opge­bouwd. Deze entstof wordt gebruikt voor gezonde kittens en niet drachtige, volwassen dieren.

Dode (geïnactiveerde) entstof kan zich niet meer vermenigvuldigen. Daarom moet een enting in zo'n geval altijd worden gevolgd door een tweede, minimaal twee weken na de eerste. Een uitzondering hierop vormt het rabiësvaccin. Dit wordt uitsluitend in geinac­tiveerde vorm toegediend, maar biedt dezelfde bescherming en beschermingsduur als een levend vaccin.
Geïnactiveerde entstof wordt meestal gebruikt voor het vaccine­ren van drachtige of verzwakte dieren, zoals moederloze kittens. Die hebben geen enkele weer­stand, omdat ze geen moedermelk hebben opgenomen. Ze kunnen daarom al vanaf een leeftijd van vier weken met geïnactiveerde entstof worden gevaccineerd. Op een leeftijd van acht en twaalf weken moet de vaccinatie worden herhaald. Vaccineren voor een leeftijd van vier weken is niet aan te bevelen. Het afweersysteem is dan nog onvoldoende ontwikkeld.