Welkom 
Zoeken 
Signalement 
Geschiedenis 
Anatomie
  Het Geraamte
  Biofeedback
   en Hersenen
  De Zintuigen
  Zenuwstelsel
  Spieren en
   Beweging
  Hart en
   Longen
  Spijsvertering
  Voortplanting
  Huid en Vacht
  Erfelijkheid
  Vachtkleuren
De Wilde Kat
Een kat in huis 
Verzorging 
Voeding 
Op Reis 
Naar de Dierenarts 
Medisch
Voortplanting 
Fokken
Een Kitten
Rassen overzicht
Adressen 
Tips 
Spreekbeurten 
Disclaimer 
CatsGroove

Het geraamte van een kat

Katten zijn zeer sierlijke en soepele dieren; ze kunnen snelle sprintjes trekken en zijn zeer wendbaar. Het geraamte is hier dan ook uitermate perfect voor gemaakt en is licht maar toch stevig. Er zit een goede verhouding in het skelet en doordat een kat een staart heeft, heeft hij doorgaans meer botten dan een mens.

Een aantal kenmerken van het geraamte van de kat:
  • De wendbare ruggengraat en smalle ribbenkas worden ondersteund door de stevige, maar slanke poten;
  • De kat is zeer beweeglijk bij elke snelheid en dit wordt o.a. veroorzaakt door de schouderbladen die niet vastliggen aan het centrale geraamte;
  • Het geraamte wordt in zijn totaliteit samengehouden door elastische (vezelige) gewrichtsbanden, krachtige spieren en elastische pezen;
  • Het geraamte zorgt ervoor dat de organen beschermd worden en dat de spieren verschillende aanhechtingsplaatsen hebben;
  • De kat kan mooie, vloeiende bewegingen maken, doordat het geraamte als een systeem van hefbomen en scharnieren werkt.

A.Zeven halswervels
B.Dertien borstwervels
C.
Zeven lendenwervels
D.
Drie vergroeide staartwervels
1.Kootjes
In de voorpoten komen ze overeen met de vingers
2.Middelhandsbeentjes
Komen overeen met de beentjes in de handpalm
3.Handwortelbeetjes
4.
Spaakbeen
5.
Operarmbeen
6.
Sleutelbeen
Slechts door spieren op zijn plaats gehouden
7.
Gehoorgang
Hier komen de oorzenuwen binnen
8.
Onderkaak
Korter dan van de grote katten
9.
Schedel
Negenentwintig botten
10.
Wervels
Hiertussen bevinden zich kraakbeenschijven
11.
Schouderblad
Door spieren en banden verbonden met de ruggengraat
12.
Uitsteeksels van de borstwervels
Aanhechtingsplaatsen voor de spieren
13.
Darmbeen
14.
Bekken
Een ring, gevormd door het darmbeen, zitbeen en schaambeen
15.
Schaambeen
16.
Heupgewricht
Een flexibel kogelgewricht
17.
Zitbeen
18.
Staart
De wervels zijn door gewrichtjes met elkaar verbonden
19.
Achttien tot twintig staartwervels
20.
Middenvoetsbeentjes
21.
Kootjes
22.
Voetwortel
Hier begint de voet van de kat
23.
Kuitbeen
24.
Scheenbeen
25.
Dijbeen
26.
Zwevende Rib
27.
Rib
Het uiteinde is van kraakbeen
28.
Ribbenboog
Gevormd door het kraakbeen van de laatste ribben
29.
Ribben
Gewoonlijk dertien paar
30.
Polsgewrichten
Flexibele handwortelbeentjes voor de nodige behendigheid
31.Staan op de tenen
Het gewicht wordt gedragen door de vingers en tenen
32.Borstbeen
Bestaat uit acht botjes
33.Ellepijp
34.Voorpoot
Ellepijp en spaakbeen zijn lang bij de kat

Hoe zit het kattengeraamte in elkaar?
Grote katachtigen (zoals de leeuw en de tijger) lijken zowel qua vorm als verhoudingen op het skelet van de huiskat. Het enige verschil is dat bijvoorbeeld een leeuw en/of tijger stukken groter is. Bij alle katten (groot en klein) zorgen de voorpoten ervoor dat de kat een grote soepelheid heeft en de vele wervels zorgen voor de beweeglijkheid. Wanneer een huiskat loopt, zie je dat de schouderbladen boven de rug uitkomen. Iets wat je minder goed kunt zien is de (ingewikkelde) structuur van de polsen. Hierdoor is de kat buitengewoon behendig en kan hij over een hele smalle richel lopen en prooien uit hun schuilplaats halen.

De groei en structuur van de botten

Structuur
Een bot bestaat als het ware uit vele (harde) verkalkte balkjes, die tot een soort 'rasterwerk' gevormd worden. Ook zit er een kern van merg in een bot, net zoals bij de mens. Elk bot in het kattenlichaam heeft een eigen voedingsmembraan, waardoor het bot wordt voorzien van de bloedvoorraad en zo wordt gevoed.

De groei
Zoals waarschijnlijk bekend is, groeien kittens enorm snel in de eerste levensmaanden. Dit komt doordat de lange botten van de ledematen & ribbenkas in het begin holle kraakbeenpijpen zijn en in de jeugd van het kitten verkalken. Het kraakbeen wordt dus door bot vervangen en daardoor kan het kitten uitgroeien tot een sterke kat. In het beenvlies (de buitenkant van de kraakbeenpijp) worden nieuwe cellen aangemaakt, waardoor het bot verdikt en het oude bot voortdurend aangepast wordt om diezelfde dikte te behouden.

Kittens worden langer (groter) doordat er groeiplaatjes aanwezig zijn aan de uiteinden van het bot. Door de eigen bloedtoevoer in elk bot, worden deze groeiplaatjes optimaal gevoed en wordt er nieuw bot gevormd. Tijdens de ontwikkeling van het geraamte zijn de groeiplaatjes uitermate kwetsbaar en worden ze in hun groei beïnvloed door groei- en geslachtshormonen. Je zou zeggen dat geslachtshormonen de groei van het geraamte stimuleren, maar dit is niet het geval: geslachtshormonen remmen de groei juist: heel vroeg gecastreerde katten krijgen vaak langere poten.

Wanneer een kat een bot breekt, zal het beenvlies nieuw bot gaan produceren om "het gat te dichten". In de meeste gevallen wordt er dan teveel bot aangemaakt; dit kan geen kwaad: aan de binnenkant van het bot wordt het teveel aangemaakte bot weer omgevormd.

Het unieke van de schedel van een kat is, dat de schedel bij de geboorte uit een aantal 'losse' botten bestaat. Het is bij de geboorte dus nog geen geheel; dit is om de geboorte gemakkelijker te laten verlopen. Na de geboorte groeien de schedelnaden aan elkaar. Soms kan het wel eens zijn dat je bij een kitten een zacht plekje boven op de schedel voelt; hier moeten de naden dus nog aan elkaar groeien en het plekje zal snel verdwijnen.

Veranderingen in kattenschedels
Kortere schedels: in tegenstelling tot de 'gewone' kat, is de schedel van de Langhaar (en zijn soortgenoten) stukken korter. Ook heeft de Langhaar kleine, ronde neusgaten.

Langere schedels: de Siamees (en zijn soortgenoten) heeft een langere schedel gekregen. Hierdoor is het gehemelte langer en zijn de neusholtes in de aangezichts- en wiggebeenderen zeer smal.

 Korte schedel
A.Vernauwde Bovenkaak
B.Rond schedeldak
C.
Gebit, weinig ruimte
 Lange schedel
D.
Wiggebeenderen
E.
Gebit, veel ruimte

Gewrichten
De kat heeft 3 soorten gewrichten in zijn lichaam:
1. Vliesachtige gewrichten (ook wel synoviale gewrichten genoemd)
2. Kraakbeenachtige gewrichten
3. Vezelachtig gewrichten

1. Vliesachtige -of synoviale gewrichten
Vliesachtige gewrichten zitten op plaatsen waar optimale beweeglijkheid nodig is, zoals de gewrichten van de poten en de kaak. Het zijn scharnier & bol- en komgewrichten die worden omgeven door een gewrichtskapsel, met synoviaal vocht. Deze gewrichten hebben een parelmoerachtig glad kraakbeen op de contactoppervlaktes.
Het kan zijn dat er teveel synoviaal vocht geproduceerd wordt, waardoor de vliesachtige gewrichten hieronder kunnen lijden. Ook kunnen de gewrichten lijden onder artritis, veroorzaakt door een ziekte, allergische reactie of een ongeluk. Bij vliesachtige gewrichten zijn de gewrichtsbanden van levensbelang. Deze banden houden de botten bij elkaar en dit is nodig bij de vliesachtige gewrichten; deze missen namelijk stabiliteit. In andere gewrichten zijn de gewrichtsbanden ook belangrijk, maar zijn ze niet van levensbelang. Bij bijvoorbeeld het heuggewricht van de kat is dit duidelijk te zien. Het heupgewricht kan zeer snel "uit de kom schieten" en door de gewrichtsbanden wordt de kop van het dijbeen stevig in de bekkenkom gehouden.

2. Kraakbeenachtige gewrichten
De schijven tussen de ruggenwervels van een kat bestaan uit stevig kraakbeen. De kat is veel flexibeler dan bijvoorbeeld een hond of mens en dat komt doordat deze kraakbeengewrichten losser en soepeler zijn.

Tijdens de groei van het kitten worden aan het einde van de lange botten kraakbeenachtige verbindingen gevormd door de groeiplaatjes. Hierdoor zijn de botten van een kitten veel kwetsbaarder en minder stevig dan bij een volwassen kat.

3. Vezelachtige gewrichten
De schedelnaadverbindingen bestaan uit een harde vezel waar geen enkele beweging inzit. Het bot van de kaak bestaat uit twee aparte botten, die verbonden zijn met een verbinding midden tussen de snijtanden. Valt een kat heel hard op zijn kaak, dan kan deze verbinding splijten. In de praktijk ziet het er dan waarschijnlijk uit alsof de kat een gebroken kaak heeft, maar theoretisch gezien heeft hij niet zijn kaak gebroken: de verbindingsnaad is gescheurd.
Variaties van het kattengeraamte en de bijbehorende problemen

In tegenstelling tot het geraamte van de hond is er in het kattengeraamte nog maar weinig variatie. Honden worden selectief gefokt, waardoor het geraamte sterk is veranderd. Dit is bij katten niet het geval. Normaal zijn problemen zoals artritis of botontkalking te wijten aan de lichaamsbouw, maar bij de kat wordt dit veroorzaakt door een ziekte of door voedings- en hormonale stoornissen. De variaties die zijn ontstaan in het kattengeraamte worden beïnvloed door de natuurlijke omgeving van de kat. In erg hete klimaten zijn de katten doorgaans kleiner (een kleine kat heeft een hogere oppervlakte-gewichts-verhouding en blijft daardoor koeler); wilde katten in een koud klimaat zoals Scandinavië, Canada, Rusland en het noorden van Amerika zijn groter en zwaarder.

Als een kat ernstige afwijkingen heeft aan het geraamte, verdwijnen deze meestal onder natuurlijke omstandigheden. Dit komt omdat de afwijkingen gepaard gaan met overlevingsproblemen. Er zijn bepaalde afwijkingen die zich kunnen voortzetten omdat ze binnen een beperkte genenpool voorkomen: denk hierbij aan polydactylie (extra tenen) en staartloosheid. Deze afwijkingen verdwijnen dus niet door natuurlijke omstandigheden. Enkele voorbeelden:
  • Op eilanden hebben zich de natuurlijke rassen zonder staart ontwikkeld;
  • Rond onder andere Boston en Halifax is er een hoog aantal katten met 7 tenen blijven bestaan.
Maar er zijn nog ergere veranderingen die veroorzaakt worden door actieve selectie (voor rassenstandaarden):
  • De Siamese- en Oosterse Korthaar katten hebben tegenwoordig veel langere en dunnere poten dan hun "voorgangers";
  • Dit in tegenstelling tot de Britse Korthaar katten: die hebben nu zwaardere lange botten.
Doordat men deze actieve ingrepen toepast, blijven zorgwekkende skeletproblemen ontstaan en zal het risico op (pijnlijke) erfelijke artritis toenemen.

De Klauwen
De klauwen van de kat liggen in een schede, zodat ze tijdens het lopen beschermd worden. De klauwen groeien uit het laatste beentje van de teen en liggen met banden vast. De klauw bestaat als het ware uit huidveranderingen: het 'leven' van de nagel (ook wel de lederheid genoemd) wordt beschermd door de buitenste nagelriem.

1.Keratine nagelriem
2.
Dorsale Elastische band
3.
Trekbanden
4.
Proximaal kootje
5.
Middelkootje
6.
Ontspannen digitale meebuigende band
7.
Distaal kootje
8.
Het leven



A.
Het uitslaan
B.
Strakgetrokken Elastische pees
C.
Draaipunt
D.
Strakgetrokken digitale strekpees



Hoe wordt een klauw zichtbaar?
De kat kan zijn klauw uitslaan door de digitale trekspieren in zijn poot samen te trekken en de meebuigende banden (onder de poot) strak te trekken. Dan 'schiet' de klauw eruit… Is een kat in rust, dan functioneren de banden op de voet als een natuurlijke schede.


Teksten door: Nathalie Laenen - Illustraties door: Alan Belmer