Welkom 
Zoeken 
Signalement 
Geschiedenis 
Anatomie
  Het Geraamte
  Biofeedback
   en Hersenen
  De Zintuigen
  Zenuwstelsel
  Spieren en
   Beweging
  Hart en
   Longen
  Spijsvertering
  Voortplanting
  Huid en Vacht
  Erfelijkheid
  Vachtkleuren
De Wilde Kat
Een kat in huis 
Verzorging 
Voeding 
Op Reis 
Naar de Dierenarts 
Medisch
Voortplanting 
Fokken
Een Kitten
Rassen overzicht
Adressen 
Tips 
Spreekbeurten 
Disclaimer 
CatsGroove

Biofeedback en de Hersenen

De hersenen van een kat die in het wild leeft zijn groter dan de hersenen van de "gewone" huiskat. Dat heeft te maken met het feit dat er minder ruimte in de hersenen nodig is voor de zintuigen van de huiskat. Elke keer als een kat iets doet of meemaakt en dus zijn zintuigen gebruikt, gaan er prikkels naar de hersenen; dit gebeurt op een chemische manier en zo wordt er allerlei informatie naar de hersenen gestuurd. Die prikkels worden vervolgens naar de goede gedeeltes van de hersenen gestuurd en daar worden ze geanalyseerd. Een groot gedeelte van dit vermogen om de prikkels te analyseren ligt al vast bij de geboorte van een kitten, maar de rest moet een kat door ervaringen leren.


 
1.
Ruggenmerg
Vervoert informatie tussen hersenen en lichaam
2.
Pijnappelklier
Produceert melatonine voor de controle over waken en slapen
3.
Kleine hersenen
Coordineren de motorische activiteit
4.
Temporale kwab
De plaats van gedrag en geheugen
5.
Occipitale kwab
Interpreteert visuele en tasthaarprikkels
6.
Partietale kwab
Interpreteert de informatie vanuit de zintuigen
7.
Grote hersenen
Plaats van het bewustzijn
8.
Voorhoofdkwab
Controleert de willekeurige bewegingen
9.
Hersenbalk
Verbindt de rechter en linker hersenhelft
10.
Reukcentrum
Verwerkt geurboodschappen
11.
Tussenhersenen
Verbindt de twee helften van de thalamus
12.
Hypothalamus
Scheidt hormonen af en controleert het autonome zenuwstelsel
13.
Hypofyse
Coordineert en regelt andere klieren

De hypofyse en lichaamsfuncties
Net als een mens heeft een kat een hypofyse. De hypofyse ligt in de basis van de hersenen en bestaat uit de belangrijkste klieren van het hormonale stelsel. Het omzetten van prikkels naar functies binnen de hersenen gebeurd als volgt:

Het biofeedbackmechanisme
Als een kat bijvoorbeeld een onbekende geur ruikt, vormt het biofeedbackmechanisme de cyclus van de reactie op de uitwendige prikkel (in dit geval is de prikkel de onbekende geur). Het karakter van de kat wordt bepaald door de balans binnen die cyclus.
Een voorbeeld: De Afrikaanse wilde kat raakte niet in paniek in het bijzijn van mensen, omdat hij controle had over zijn biofeedbackmechanisme. Daardoor was hij in staat zich rustig te houden in de nabijheid van mensen en kon zo dicht bij deze mensen leven.


 
1.Nier
2.
De bijnier
ACTH prikkelt de bijnierschors tot het produceren van cortison, terwijl zenuwprikkels het bijniermerg aanzetten tot het produceren van adrenaline
3.
Afgifte van hormonen
ACTH wordt via de bloedbaan naar de bijnieren gevoerd
4.
Vrijkomen van cortison
Cortison onderdrukt de CRH-productie om de vecht- of vluchtreactie onder controle te houden.
5.
Hersenactiviteiten
CRH prikkelt de hypofyse tot afgifte van het adrenocorticotroop hormoon (ACTH)
6.
Een reukprikkel
Een vreemde lucht wordt opgepikt en prikkelt de hypothalmus tot het produceren van een corticotroop hormoon (CRH)

Er wordt ook informatie vanuit de hersenen naar de hypofyse gestuurd en de hypofyse produceert dan hormonen. Deze hormonen zetten het lichaam van de kat aan tot bepaalde activiteiten en/of functies; denk hierbij aan het seksuele gedrag en de snelheid van de stofwisseling.
Een kat heeft veel energie nodig om dit proces te laten verlopen, maar ondanks dat wegen de hersenen minder dan 1% van het totale gewicht van de kat. Onderzoeken hebben uitgewezen dat er maar liefst 20% van al het bloed van een kat naar de hersenen wordt gepompt. Dit laatste bewijst hoeveel energie er nodig is om de hersenen goed te laten functioneren.

De hypofyse wordt aangestuurd door de hypothalamus en vanuit de hersenen worden constant prikkels naar de hypothalamus gestuurd.
Een kat heeft veel verschillende hormonen, die ervoor zorgen dat de lichaamsfuncties geregeld & in stand gehouden worden, of dat het gedrag geregeld wordt. De hersenen oefenen directe of indirecte controle over deze hormonen uit en steeds worden er prikkels naar de hypothalamus gestuurd. Deze stuurt de hypofyse weer aan en de hypofyse zorgt er vervolgens voor dat de hormonen de lichaamsfuncties produceren. Zo is de cirkel als het ware "rond".

De regeling van lichaamsfuncties bij een kat
Zoals eerder beschreven worden in de hersenen allerlei prikkels omgezet in gedrag en lichaamsfuncties. Doordat er vele hormonen geproduceerd worden in de hersenen, kan een kat zijn dagelijkse lichaamsfuncties 'uitoefenen'. De hypothalamus en de hypofyse (waarover hiervoor al meer is verteld) produceren hiervoor veel hormonen. In het onderstaande zijn deze hormonen nader toegelicht en wordt verteld welke lichaamsfunctie bij elk hormoon hoort.

De hypothalamus produceert:
  • Een antidiuretisch hormoon (ADH); dit hormoon regelt de concentratie van de urine.
  • Het hormoon exytocine; dit is een hormoon bij poezen en d.m.v. dit hormoon kunnen poezen bevallen van kittens en vervolgens melk geven.

De hypofyse produceert:
  • Een hormoon dat de groei stimuleert (GHRH) & een hormoon dat de groei remt (GHIH); deze twee hormonen zorgen ervoor dat het groeihormoon (GH) in de hersenen geregeld wordt. De hersenen blijven het groeihormoon aanmaken na de 'jeugd' van het kitten, maar het is nog niet wetenschappelijk bewezen of dit ook gebeurt als de kat volwassen is.
  • Het TSH hormoon; dit hormoon stimuleert de schildklier die vervolgens de stofwisseling regelt.
  • Adrenocorticotroop (ACTH); dit hormoon zorgt ervoor dat cortison wordt geproduceerd als een kat te maken krijgt met stress en gevaar.
  • Het follikelstimulerende hormoon (FSH) zorgt voor de aanmaak van geslachtshormonen bij poezen en het luteïserende hormoon (LH) doet hetzelfde, maar dat bij katers.
  • Het pas ontdekte hormoon Melatonine; er wordt in de hypofyse een hormoon (MSH) geproduceerd dat ervoor zorgt dat de pijnappelklier melatonine aanmaakt. Net zoals de mens heeft een kat een "biologische klok" (ook wel dag-en-nachtritme of circadiaans ritme genoemd) en melatonine waakt erover dat dit ritme goed verloopt.

Jong geleerd
Jong geleerd

Als een kitten zeven weken is, zijn de meeste gebieden van de hersenen volwassen. Dit komt doordat de hersenen bij de geboorte bijna volledig ontwikkeld zijn. Het is voor een kat heel belangrijk dat hij veel leert vóór de 7e levensweek; bij de hond is dit minder belangrijk, want zijn hersenen ontwikkelen zich nog een maand langer. De hersenen van de mens daarentegen, ontwikkelen zich nog jaren langer.

Hoe werken de hersenen van een kat?
Als we de hersenen van de kat vergelijken met de hersenen van andere zoogdieren, zijn deze anatomisch gezien gelijk. Eigenlijk bestaan de hersenen uit 3 delen: de grote hersenen, de kleine hersenen en de hersenstam. De grote hersenen controleren het gedrag, het leren en de emoties. De kleine hersenen controleren de spieren en de hersenstam sluit aan op het zenuwstelsel. Wetenschappers denken dat leren en instinct 'samengevoegd' worden door een netwerk van allerlei cellen (het zogenaamde limbisch systeem). Een kat heeft namelijk wel eens een conflict tussen wat hij heeft geleerd te doen en wat hij instinctief wil doen; waarschijnlijk speelt dit conflict zich in het limbisch systeem af.

Zoals al eerder beschreven heersen de hersenen over de lichaamsactiviteiten van de kat. De hersenen bestaan uit miljarden neuronen (gespecialiseerde cellen) en elke neuroon staat met 10.000 verbindingen in contact met andere cellen. De prikkels en boodschappen die door de neuronen verzonden worden, gaan d.m.v. chemische substanties door de hersenen.

Als een kat 7 weken oud is, "schieten" deze prikkels en boodschappen door de hersenen met een snelheid van ongeveer 286 km/h. Hoe ouder een kat wordt, hoe langzamer deze snelheid wordt, maar het is mogelijk om dit tegen te gaan. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat (oudere) katten die mentaal gestimuleerd worden, zwaardere hersenen kunnen krijgen. De oorzaak van deze zwaardere hersenen ligt niet in de aanmaak van nieuwe hersencellen, maar in de verbindingen tussen de (bestaande) cellen. Door de geestelijke stimulans ontstaan er dus meer verbindingen, waardoor het gewicht van de hersenen toeneemt.

Katten hebben veel informatie opgeslagen bij de geboorte of instinctief aanwezig. Denk hierbij aan het markeren van territorium, seksueel gedrag, emotionele bindingen uit de vroege jeugd en agressie. De capaciteit van de kattenhersenen is genetisch bepaald en kan dus per kat verschillen. De hersenen kunnen echter ook nieuwe informatie opslaan, zoals het krijgen van voedsel of het openen van een kattenluikje.

Persoonlijkheid en intelligentie
Onder het kopje "Hoe werken de hersenen van een kat?" is aangegeven dat de capaciteit (en dus ook de structuur) van de kattenhersenen genetisch bepaald is en per kat kan verschillen. De hersenen van de kat en de hormonen in het lichaam vormen een soort raamwerk waarbinnen de persoonlijkheid wordt ontwikkeld. De ontwikkeling van de kat is voor de helft afhankelijk van de hersenen & hormonen, maar de andere helft is afhankelijk van wat de kat leert. Ook hier is er weer een vergelijking met de mens:
  • een mens wordt geboren en laat zijn stem horen, maar moet later leren de taal te gebruiken en zich zo verstaanbaar te maken;
  • een kat wordt geboren met een instinct om het territorium te verdedigen & te markeren en te jagen om in leven te blijven, maar moet later leren hoe hij dit moet doen.
Als een kat niet hoeft te jagen, zal het "jachtgedeelte" in de hersenen zich niet ontwikkelen. Dit draagt eraan bij dat deze katten af en toe jagen, maar dit niet zo goed kunnen als katten die dit echt geleerd hebben. Dat verklaart waarom wilde katten altijd wantrouwen naar mensen en andere dieren hebben; ze zijn vaker kleiner en ook weerloos.

Doordat wij mensen onze kittens 'anders' opvoeden, maken we eigenlijk inbreuk op de ontwikkeling van de hersenen, het biofeedbackmechanisme en het gedrag. Sommige mensen denken dat je katten niets kunt aanleren, maar een kat die vóór de 7e levensweek bij mensen is opgegroeid, heeft geleerd dat mensen geen kwaad doen. Katten zijn solitaire zoogdieren en leren zich sociale vaardigheden aan die wij van nature al gebruiken. Als je je kat een beloning wilt geven (met bijvoorbeeld een lekker snoepje), dan ziet de kat dit niet als een overlevingsvoordeel. Daarom gehoorzamen katten bijna nooit als je ze wilt belonen. Het is vaak "het lekkere snoepje" waarvoor ze komen. Doordat een kat een brein heeft, kan hij goed kiezen tussen 2 kwaden: hij zal altijd voor het minst kwade kiezen. Denk hierbij aan de kat die naar de dierenarts moet: hij wil niet in het reismandje als hij naar de dierenarts moet, maar zodra hij terug naar huis mag, kruipt hij er spontaan in.

Niet zomaar slapenNiet zomaar slapen

Weer een overeenkomst tussen de kat en de mens: katten dromen net zoals wij. Waarschijnlijk verwerken ze in hun slaap alles wat ze overdag hebben meegemaakt en ook dit wordt geregeld door hormonen.


Teksten door: Nathalie Laenen - Illustraties door: Alan Belmer