Welkom 
Zoeken 
Signalement 
Geschiedenis 
Anatomie
  Het Geraamte
  Biofeedback
   en Hersenen
  De Zintuigen
  Zenuwstelsel
  Spieren en
   Beweging
  Hart en
   Longen
  Spijsvertering
  Voortplanting
  Huid en Vacht
  Erfelijkheid
  Vachtkleuren
De Wilde Kat
Een kat in huis 
Verzorging 
Voeding 
Op Reis 
Naar de Dierenarts 
Medisch
Voortplanting 
Fokken
Een Kitten
Rassen overzicht
Adressen 
Tips 
Spreekbeurten 
Disclaimer 
CatsGroove

De Zintuigen

Zintuigen zijn heel erg belangrijk voor de kat: ze zijn cruciaal bij de overleving. Als een kitten geboren wordt, gaat het direct op zoek naar zijn moeder door middel van deze zintuigen; warmtereceptoren helpen het kitten om de juiste weg naar zijn moeder te vinden. Totdat een kitten 3 maanden oud is, ontwikkelen de zintuigen zich. Dit gebeurt doordat het kitten in de eerste maanden veel verschillende informatie opvangt en deze informatie wordt middels elektrische of chemische prikkels "doorgezonden" naar de hersenen.
  • Katten hebben dezelfde 5 zintuigen als de mens (horen, zien, ruiken, voelen en proeven), maar de zintuigen van de kat ontwikkelen zich langs verschillende lijnen. De kat heeft ook enkele "extra" zintuigen, namelijk:
  • Het vomeronasale orgaan
  • Het (geraffineerde) evenwichtsorgaan
  • Het zintuigorgaan voor seksgeuren
  • (waarschijnlijk) een orgaan om de weg naar huis te vinden

De zintuigen van de kat zijn ongelooflijk ingewikkeld: de kat kan op prooien jagen, maar tegelijkertijd weet hij gevaar te bespeuren/vermijden. Juist omdat de kat zo klein is, kan hij ten prooi vallen aan anderen. Dit verklaart waarom de kat misschien wel het meest geslaagde landroofdier van allemaal is.

 Gevoelige snorharen
Bijna iedereen weet dat de snorharen van de kat erg gevoelig zijn, net zoals de voetzoolkussentjes. Buiten deze zeer gevoelige plekjes heeft de kat tastorgaantjes over zijn hele lichaam. De groei van de zeer gevoelige snorharen (ook wel vibrisae genoemd) begint al in de baarmoeder; de ongeboren kittens hebben dan zelfs nog geen vacht.
De snorharen van het pasgeboren, blind en (bijna) doof kitten functioneren volledig en als het kitten ouder wordt, wordt de kat tijdens het jagen - in vooral de nacht - geholpen door de snorharen. De snorharen geven de kat informatie over de omgeving en de bewegingen van de prooi. Op de kin en de bovenlip van de kat zitten tal van snorharen; deze zijn het langst en op deze plekken zitten ook de meeste snorharen.
De snorharen bewegen op verschillende manieren:
  • Bij een begroeting kunnen de snorharen naar voren buigen;
  • Tijdens een gevecht worden de snorharen gespaard doordat ze naar achteren gaan staan;
  • De bovenste rij kan zich apart van de onderste rij bewegen;
  • Als de ogen gevaar lopen tijdens een speurtocht, geven de wenkbrauwharen (boven de ogen) en de soortgebonden haren op de wangen een waarschuwingssignaal af;
  • Aan de achterkant van elke voorpoot zit een 6e paar testharen.
Het gehoor en het evenwicht
De kat is een uitstekende jager, vooral als jager op kleine knaagdieren. De kat hoort de zwakste geluidjes van een muisje en het fijne geritsel van de kleinste beweging. Het geluid van de kat begaat een interessante weg:
  1. Allereerst bewegen zich drukgolven door de lucht, die geluid veroorzaken;
  2. Deze drukgolven worden in het oor van de kat gekanaliseerd en omgezet in (elektrische) prikkels;
  3. Die prikkels gaan naar de hersenen en worden daar omgezet in informatie;
  4. De buis van Eustachius regelt de druk in het inwendige oor, door een verbinding met de achterkant van de keel.
In tegenstelling tot de meeste huisdieren is de kat van nature een goede klimmer en daardoor heeft hij een perfect gevoel voor evenwicht. Eén van de functies van het oor is het zorgen voor dit evenwicht. In het inwendige oor bevindt zich dan ook het evenwichtsorgaan: dit zijn halfcirkelvormige kanaaltjes. De kat kan pijlsnel van positie veranderen of een beweging compenseren, doordat veranderingen van richting/snelheid direct worden gesignaleerd door het evenwichtsorgaan.

Het gezichtsvermogen
Katten zijn niet kleurenblind, in tegenstelling tot de mening van vele deskundigen. Uit onderzoeken is gebleken dat de kleurgevoelige kegeltjes op het netvlies van de ogen gevoelig zijn voor blauw en groen, maar niet voor rood. Dit komt ook terug in het eetpatroon van de kat: als een kat proeft, kan hij de kleuren blauw, groen en geel wel onderscheiden, maar de kleur rood niet. Zo in het dagelijkse leven vinden katten kleuren niet zo belangrijk.
Een kat heeft een perfect gezichtsvermogen en de ogen zijn dus uitermate gevoelig voor allerlei bewegingen. De ogen van de kat bevatten namelijk meer staafjes op het netvlies (die nodig zijn voor het onderscheiden van bewegingen) dan wij mensen. Het grote verschil tussen de ogen van de kat en de mens is, dat de kat alles in "soft focus" ziet. Dat wil zeggen dat de kat geen scherpe details kan zien; hij ziet alles 'wazig' en heeft daardoor een grote ooglens om zoveel mogelijk licht te kunnen 'vangen'.
Om de staafjes en kegeltjes nog meer in staat te stellen informatie op te nemen, heeft de kat een ongelooflijke aanpassing van het oog: het tapetum lucidum. Dit is een laag met weerspiegelende cellen achter het netvlies.

Overlevingszintuig
Katten zullen nooit het vermogen verliezen van een roofdier in het wild, ondanks dat de meeste katten alleen nog maar jagen op speelgoedbeestjes. Een beschermd leven en (selectief) fokken hebben deze zintuigen nog niet aangetast, maar dit kan in de toekomst wel gebeuren. Zintuiglijk afwijkingen worden door middel van fokken 'doorgegeven'; in natuurlijke omstandigheden zouden deze afwijkingen geen kans hebben. Een voorbeeld: er zijn fokkers die bewust dove katten met blauwe ogen fokken, omdat ze binnenshuis toch veilig zijn. Doofheid is in principe niet levensbedreigend voor een kat. Rex-katten hebben stuggere snorharen dan andere katten.

 

A.
Oren
Katten hebben een uitstekend gehoor en de oren kunnen afzonderlijk van elkaar ronddraaien. Er zijn meer dan 12 spieren om de oorbewegingen te laten plaatsvinden. Het gehoor van de kat gaat tot zeer hoge frequenties: tot 65.000 trillingen per seconde (dit is 1,5 octaaf hoger dan wij). Ook hier zit weer een overeenkomst tussen de kat en de mens: naarmate een kat ouder wordt, verliest hij het vermogen om de hogere frequenties in zijn bereik te kunnen horen.
B.
Ogen
Katten kunnen goed zien en hebben een breder gezichtsveld als de mens. Dit komt doordat de kat bollere ogen heeft. Dit is heel belangrijk voor een zoogdier dat zowel jager als prooi is. Een kat heeft (om te kunnen zien) maar 1/6e deel van het licht nodig, dat wij als mensen nodig hebben om te kunnen zien. De pupillen kunnen zich tot 90% van het oogoppervlak verwijden, maar als er fel licht is, moet de kat de ogen bijna helemaal sluiten om ze te beschermen.
C.
Neus en Bek
Neus
Katten kunnen geuren veel sneller waarnemen dan wij, omdat ze 2x zoveel reukcellen in hun neus hebben.
Bek
De smaakpapillen in de bek van de kat zijn er speciaal op gericht om de aminozuren van vlees te onderscheiden. De smaakpapillen van de mens zijn er weer meer op gericht om koolhydraten van plantaardig voedsel te ontdekken.
D.
Snorharen
Als de snorharen ergens tegenaan komen, verwerken ze deze aanraking over een afstand die 2000x minder is dan de breedte van een mensenhaar. De snorharen zijn zeer beweeglijk en super gevoelig. De kat begeeft zich wel eens in een ruimte waar hij nog nét doorheen kan: deze ruimte kan hij bepalen met de puntjes van de snorharen.

De anatomie van de zintuigen
Net zoals bij mensen, werken de zintuigen van de kat op dezelfde manier: geluid, beeld, fysiek contact of geur zijn van invloed op één of meer zintuiglijke organen. Het is een logische cirkel: prikkels uit de omgeving worden opgevangen door het zintuiglijk orgaan, en dit orgaan zet de informatie om in elektrische/neurochemische boodschappen. Deze boodschappen worden super snel doorgeflitst naar de hersenen van de kat. Deze informatie wordt dan geanalyseerd door de hersenen; sommige boodschappen worden direct geanalyseerd, andere worden een fractie later geanalyseerd.

De hersenen produceren een 3-tal reacties: hormonale, fysieke of mentale reacties. Een duidelijk voorbeeld: Er piept ergens een muisje en de kat vangt dit geluidje op met zijn linkeroor. Op datzelfde moment ruikt de kat een geur en wordt deze geur opgevangen door de neus en doorgegeven aan de hypofyse in de hersenen. De kat draait dan direct zijn hoofd en houdt het zo, dat hij de geluiden met beide oren kan opvangen en kijkt of hij iets ziet bewegen. De hypofyse scheidt dan hormonen af en de kat zich kan voorbereiden om bovenop het muisje te springen.
In dit voorbeeld worden de 3 functies van de hersenen duidelijk beschreven en tegelijk gebruikt.

Een natuurlijke camera
Het oog van de kat bestaat uit een aantal kamers. De voorste kamer is met vloeistof gevuld en wordt beschermd door een helder hoornvlies. Achter deze kamer bevindt zich de gekleurde iris, de lens en het stabiliserende ciliair lichaam. Het glasachtig lichaam zit weer achter de lens. Het netvlies (dit bekleedt de achterkant van het oog) 'leest' het licht en zendt prikkels naar de oogzenuw. Het trapetum lucidum bevindt zich achter de oogzenuw. Het oog van de kat is eigenlijk uit verschillende "lagen" opgebouwd en functioneert als een "natuurlijke" camera.
 1. Hoornvlies
 2.
Iris
 3.
Ciliair Lichaam
 4.
Glasachtig lichaam
 5.
Netvlies
 6.
Oogzenuw
 7.
Tapetum Lucidum
 8.
Lens
 9.
Voorste Kamer

 

Een trechter voor geluid
Het geluid gaat via een bepaalde weg door de gehoorgang van het oor: het geluid komt via de gehoorgang het oor binnen en zorgt dat het trommelvlies gaat trillen. De gehoorbeentjes (de 3 botjes in het middenoor) zorgen ervoor dat het geluid doorgezonden wordt naar het slakkenhuis (het slakvormige binnenoor) en de gehoorzenuw. Op deze manier kan de kat geluiden waarnemen.
Het evenwichtsorgaan bestaat uit kamers en kanalen die met vocht gevuld zijn. Deze zijn bekleed met gevoelige haartjes, die de bewegingen in het vocht registreren en de signalen naar de hersenen sturen.
 1.
Oorschelp
 2.
Evenwichtsorgaan
 3.
Gehoorzenuw
 4.
Gehoorgang
 5.
Trommelvlies
 6.
Gehoorbeentje
 7.
Slakkenhuis
Anatomie van het oor

 Gevoelige wortels
De snorharen van de kat zijn zo gevoelig doordat elke follikel (wortel) van de snorhaar 3x zo diep onder de huid zit, dan de follikel van een gewone haar. De sinus (een capsule gevuld met bloed) werkt als een soort hydraulische vloeistof en versterkt het signaal dat uitgaat naar het weefsel van de gevoelszenuwen eromheen. Dit verklaart waarom de snorharen van een kat zo belangrijk zijn om te overleven.
 1.
Sinus
 2.
Gevoelszenuwen
 3.
Haarschaft
 4.
Haarfollikel
 5.
Bloedtoevoer
Anatomie van de tong

Chemische receptoren
De smaakknopjes op de tong van de kat zijn microscopisch kleine smaakgevoelige cellen. Elk smaakknopje bezit een smaakhaartje dat de chemische bestanddelen in voedsel waarneemt. De geurmoleculen op de slijmvliezen in de neusholte bedekken de gebogen botjes van de neusvleugels. Andere chemische geurmoleculen worden opgevangen door het orgaan van Jacobson in het gehemelte van de kat.
Chemische receptoren
1.
Ingang naar het orgaan van Jacobson
2.
Bot van de neusschelp
3.
Reukkamers
4.
Huig
5.
Luchtpijp

De chemische zintuigen
Katten hebben een heel goed reukzintuig, ze kunnen beter ruiken dan de mens, maar niet beter dan de hond. De reuk en smaak zijn chemische zintuigen van de kat. Als een kitten pasgeboren is, is de neus gevoelig genoeg om onderscheid te kunnen maken tussen de tepels van de moeder. Later heeft de neus van de kat andere functies:
  • Om voedsel/prooien te ruiken;
  • Om potentiële gevaren te herkennen;
  • Om vriend van vijand te onderscheiden;
  • Om chemische 'boodschappen' te lezen in achtergelaten urine of faecaliën.

Katten beschikken over het orgaan van Jacobson; mensen bezitten dit orgaan niet, maar veel andere zoogdieren hebben het wel. Dit orgaan is een "vomeronasaal orgaantje" dat in het harde gehemelte zit. Een kat gebruikt dit orgaan als hij (in een grimas, in het midden van een grijns en een gaap) zijn bekje opent; tijdens het zogenaamde "flehmen". Door middel van de tong worden geuren naar het orgaan van Jacobson gestuurd en vanuit dit orgaan gaan de geuren (via een andere weg) vanuit de neus naar de hypothalamus. Het bekje van de kat is dus uitermate geschikt voor het onderscheiden van verschillend voedsel.
De tong van de kat bevatten op allerlei punten (voorkant, zijkant en achterkant) weefselheuveltjes (de papillen). Een volwassen kat heeft ca. 250 paddestoelvormige smaakpapillen, met elk ongeveer 40 tot 40.000 smaakknopjes. Op de andere, kegelvormige smaakpapillen (achter op de tong) zitten nog meer smaakknopjes! De kat heeft dus een zeer gevoelig chemisch zintuig en uit verschillende onderzoeken is gebleken dat de kat geen zoete, maar wel zoute, zure en bittere smaken kan onderscheiden.

Het
Zoals in het begin van dit hoofdstuk al is gezegd, hebben katten waarschijnlijk een zintuig waarmee ze altijd weer de weg naar huis kunnen vinden. Vooral oudere katten zijn in staat om hun huis terug te vinden als ze binnen een straal van 12 km van hun woonplaats worden losgelaten (onderzocht in Duitsland en de VS). Dit vermogen om hun huis terug te vinden kan verstoord worden door elektromagnetische velden: aan de kat vastgemaakte magneetjes. Misschien is dat de verklaring waarom er spoortjes ijzer in de hersencellen van de kat zijn aangetroffen.


Teksten door: Nathalie Laenen - Illustraties door: Alan Belmer