Welkom 
Zoeken 
Signalement 
Geschiedenis 
Anatomie
  Het Geraamte
  Biofeedback
   en Hersenen
  De Zintuigen
  Zenuwstelsel
  Spieren en
   Beweging
  Hart en
   Longen
  Spijsvertering
  Voortplanting
  Huid en Vacht
  Erfelijkheid
  Vachtkleuren
De Wilde Kat
Een kat in huis 
Verzorging 
Voeding 
Op Reis 
Naar de Dierenarts 
Medisch
Voortplanting 
Fokken
Een Kitten
Rassen overzicht
Adressen 
Tips 
Spreekbeurten 
Disclaimer 
CatsGroove

Spieren en beweging

De kat is van nature erg sierlijk en reageert snel op boodschappen van de hersenen via het zenuwstelsel. De kat heeft een speciaal geraamte en snelgeactiveerde spieren. Het bouwwerk van spieren en skelet is flexibel en heeft 2 doelen:
  1. Het stelt de kat in staat te ontsnappen bij gevaar;
  2. Het maakt de kat tot een efficiënte jager.
De kat heeft een unieke combinatie van soepelheid, evenwichtsvermogen en kracht, waardoor hij als klein roofdier perfect kan overleven.

Spieren
De kat is, voor zijn sierlijkheid van beweging en snelheid, afhankelijk van de soort cellen in zijn spieren. Deze spieren worden onderverdeeld in 3 basistypes:
  1. De hartspier; deze komt alleen in het hart voor;
  2. ("onwillekeurige") spieren; deze besturen andere interne organen, vallen buiten ce controle van de kat (vandaar "onwillekeurig") en zijn "glad" (zien er onder de microscoop glad uit);
  3. De rest van de lichaamsspieren (ook wel dwarsgestreepte spieren); worden door de wil van de kat bestuurd en gebruikt in alle bewuste/instinctieve bewegingen. Katten hebben minder dwarsgestreepte spieren dan de mens, o.a. omdat zij minder gezichtsuitdrukkingen gebruiken.
Elke spier van de kat is genoemd naar aanhechting, vorm, locatie, functie of aantal onderdelen. Katten hebben een grotere bewegingsvrijheid dan andere zoogdieren, omdat de spieren van nature soepeler zijn. De spieren zitten (aan beide zijden van het gewricht) het bot vast en zorgen dat het gewricht optimaal kan functioneren.

De spieren van de kat kunnen niet strekken, maar trekken alleen samen. De "strekkende" beweging vindt plaats doordat tegengestelde spieren tegenovergestelde acties veroorzaken. Enkele voorbeelden zijn:
  • De gastrocnemius en de quadriceps strekken de achterpoten;
  • De biceps femoris en de tibialis buigen of bewegen.
Wanneer de pezen, banden of strekspieren bij een ongeluk scheuren, zal de poot opgetrokken blijven staan. Zijn de retractoren gescheurd, dan blijft hij gestrekt.

De dwarsgestreepte spieren
De dwarsgestreepte spieren werken eerder met gewrichten, dan met individuele botten en ze liggen symmetrisch in het lichaam. Ze worden "beheerd" door het centrale- en perifere zenuwstelsel. In het algemeen zijn deze spieren gerangschikt in tegenovergestelde groepen met tegengestelde functies.

De dwarsgestreepte spieren

1.
Bilspieren - Trekken de heup
8.
Triceps - Recht de elleboog, trekt het onderbeen naar achteren
2.
Sartorius - Heft de knie en draait het dijbeen naar buiten
9.
Digitale strekkende spieren - Strekken tenen en klauwen
3.
Grote rugspieren - Draaien en buigen de romp
10.
Borstspieren - trekken de schouder en voorpoten naar achteren
4.
Trapezius - Trekt de schouder op
11.Schuine buikspieren - Spierlagen houden de interne organen op hun plaats
5.
Aangezichtsspieren - Zijn dun, de gelaatsuitdrukkingen zijn beperkt
12.
Biceps femoris - Strekt of buigt het been
6.
Kaakspieren - In staat om enorme druk uit te oefenen
13.
Gastrocnemius - Strekt het onderste deel van het been en de tenen
7.
Deltaspier - Trekt de schouders naar voren
14.
Staartspieren - Door staartspieren kan de staart omhoog en omlaag en krullen

Spiercellen
Elke spier bestaat uit vele spiervezels en deze vezels worden door verbindingsweefsel bij elkaar gehouden. Het spierweefsel bestaat uit 3 soorten cellen (genoemd naar hun acties):
  1. Snelvibrerende vermoeidheids cellen: werken snel, zijn snel vermoeid;
  2. Snelvibrerende vermoeidheidsresistente cellen: werken snel, zijn niet snel vermoeid;
  3. Langzaamvibrerende cellen: werken langzaam, raken langzaam vermoeid.
De kattenspieren bestaan voor het grootste gedeelte uit snelvibrerende vermoeidheids cellen. Deze zorgen ervoor dat er snelheid is en dat de kat een sprong (van een aantal maal zijn eigen lengte) kan afleggen. Deze cellen verbruiken wel in een flits al hun energie.

Een voorbeeld: wanneer een kat een sprint inzet, maken deze cellen een super sprinter die in enkele seconden een snelheid kan bereiken 48 km/h. Die hoge snelheid heeft wel een prijs: omdat de kat een dier is met weinig snelvibrerende vermoeidheidsresistente cellen, is hij een atleet met weinig uithoudingsvermogen. Ook al drentelt de kat, dan verbruikt hij nog meer energie dan een hond die even groot en zwaar is.
Blijft deze inspanning doorgaan, dan geven de spieren zoveel kracht, dat de kat overhit raakt. Sprinten zorgt ervoor dat de lichaamstemperatuur stijgt en na minder dan een minuut moet de kat stoppen en hijgen om af te koelen.

Tijdens het jagen wordt een beroep gedaan op de langzaamvibrerende cellen; deze produceren langzame aanhoudende contracties. Met behulp van deze cellen kan de kat bijna onmerkbaar en geleidelijk dichterbij zijn prooi komen. Ook kan hij lang ineengedoken blijven zitten en zich zo voorbereiden op de sprong.

SpringenSpieren in beweging
De achterkant van de kat is zo krachtig, dat hij wel 6 keer zijn eigen lengte kan springen in een sprong.

Een zwevende schouder
De voorpoot van de kat zit alleen maar met spieren aan het skelet vast en het schouderblad "zweeft" in het lichaam van de kat. Het schouderblad wordt door spieren op zijn plaats gehouden. Door deze vrije beweging van de schouders van de kat, wordt de gang daadwerkelijk verlengd.

Zwevend bot
Katten hebben wel een sleutelbeen, alleen dit is een mini stukje bot dat eveneens door spieren op zijn plaats wordt gehouden. In de linkerbovenhoek van deze röntgenfoto is het sleutelbeen te zien.

De gang van de kat

Lopen
Tijdens het lopen doen de achterpoten bijna al het werk. De voorpoten dienen eigenlijk alleen maar als rem en de (lichte) voorwaartse druk bij het opnieuw oplichten van de poten wordt hierdoor bijna verwaarloost.

Draven
Hier geldt in principe hetzelfde als tijdens het lopen. De poten bewegen zich contralateraal: de rechtervoorpoot beweegt samen met de linkerachterpoot en andersom.

Springen / Galopperen
Het lichaam van de kat wordt tijdens het springen of galopperen naar voren bewogen door de kracht uit de achterpoten. Deze zetten zich tegelijkertijd af, waarna het hele lichaam door de lucht "zweeft" en vervolgens komt de kat op beide voorpoten weer terecht.

Slaan en springen
De kat beschikt over vele sierlijke sprongen die voor allerlei omstandigheden geschikt zijn. Door middel van de flexibele ruggengraat en de soepele spieren kan de kat zijn lichaam 180 graden draaien in de lucht of zich helemaal oprollen als hij gaat slapen.
Als de kat een prooi wil slaan, springt hij met zijn achterpoten, kromt hij zijn rug en komt vervolgens met zijn voorklauwen op de prooi. De polsen van de kat kunnen (m.b.v. spiertjes) draaien om de prooi te pakken of om efficiënt te kunnen klimmen.

KlimmenAls de kat een verticale sprong wil uitvoeren, wordt de afstand beoordeeld. Dan berekent de kat de benodigde hoeveelheid stuwende kracht die vanuit de achterpoten moet komen.
Deze beweging is natuurlijk geheel anders dan de onvoorbereide sprongen tijdens de jacht of als de kat achterna gezeten wordt. Ook de sprong van schrik is weer anders. Hierbij worden de strekspieren in alle 4 de poten geactiveerd en komen alle voeten van de grond.

Recht omhoog klimmen
De kat kan perfect recht omhoog klimmen, door de flexibele gewrichten, de klauwen die hij kan uitslaan, het gevoel voor evenwicht en de krachtige spieren in zijn poten.

Het hoogvliegersyndroom
Van nature kan de kat zich tijdens een val in de lucht draaien en zo de "goede kant" naar boven richten. De voetzoolkussentjes en de soepele gewrichten vangen dan de schok van de landing op. Omdat de meeste katten tegenwoordig in flats wonen, is er iets bijzonders ontdekt: valt een kat van de 4e of een lagere verdieping naar beneden, dan overleeft de kat vaak zijn val. Valt hij echter van de 5e - 10e verdieping, dan overleeft de kat dit meestal niet. Dit komt doordat de kat dan een snelheid heeft van ongeveer 97 km/h (vanaf de 5e verdieping) en hij kan de schok dan niet meer opvangen. Echter: valt een kat van een nóg hogere verdieping (bijvoorbeeld van de 11e verdieping), dan zijn de verwondingen meestal kleiner/minder. Dit is te verklaren doordat de kat (nadat de omkeerreflex heeft plaatsgevonden) in een vrije-val-positie terecht komt. Hij spreidt zijn poten helemaal wijd en ontspannen en het hoofd houdt hij omhoog. De schok wordt door de ontspannen spieren en de gespreide poten (waardoor de snelheid afneemt) verminderd en dus heeft de kat minder verwondingen.

Omkeer reflex bij de katDe omkeerreflex
De hele draai kan binnen een hoogte van 60 cm gebeuren en is afhankelijk van een flexibele ruggengraat, een goed functionerend evenwichtsorgaan, een goede waarneming en een veerkrachtig spierenstelsel.
De schok van de landing wordt opgevangen door de flexibele gewrichten en de zachte voetzoolkussentjes.

Onmiddellijke reactie
De kop wordt in een horizontale positie gebracht en de borst & voorpoten worden gedraaid. Vervolgens volgt de achterkant en de rug wordt gekromd. Eerst komen de voorpoten op de grond en uiteindelijk wordt de schok van de landing geabsorbeerd door de soepele schouders.


Teksten door: Nathalie Laenen - Illustraties door: Alan Belmer