Welkom 
Zoeken 
Signalement 
Geschiedenis 
Anatomie
  Het Geraamte
  Biofeedback
   en Hersenen
  De Zintuigen
  Zenuwstelsel
  Spieren en
   Beweging
  Hart en
   Longen
  Spijsvertering
  Voortplanting
  Huid en Vacht
  Erfelijkheid
  Vachtkleuren
De Wilde Kat
Een kat in huis 
Verzorging 
Voeding 
Op Reis 
Naar de Dierenarts 
Medisch
Voortplanting 
Fokken
Een Kitten
Rassen overzicht
Adressen 
Tips 
Spreekbeurten 
Disclaimer 
CatsGroove

Huid en vacht

Omdat er zo weinig aan de huid te zien is, wordt er vaak onderschat hoe belangrijk en ingewikkeld de huid van de kat is. Net zoals bij de mens, is de huid van de kat het grootste orgaan; de huidcellen zijn een soort "bewakers" en houden constant de wacht. Ze waarschuwen voor mogelijk gevaar, dienen als afvalregelaars en produceren voedingsstoffen voor de huidmicroben (die blijven daardoor gezond). De haargroei wordt door zowel interne als externe factoren beïnvloed.

De huid heeft verschillende delen, met elke en eigen functie:
  • De kliertjes in de kin, lippen en anaalstreek zorgen voor de geurmarkering;
  • De klauwen hebben trekkracht;
  • De voetzooltjes zijn duurzaam.
De huid en het haar van de kat hebben een levensbeschermend doel: ze zijn de eerste grens die schadelijke micro-organismen of stoffen buiten houdt. De huid bestaat uit cellen die voor het immuunsysteem onmisbaar zijn; miljoenen zenuwuiteinden onderscheiden kou, hitte, pijn, jeuk en druk.

Wanneer de kat zich van de hitte naar de kou verplaatst, zorgen heel veel (microscopisch kleine) bloedvaatjes voor de regulering van de lichaamstemperatuur. Deze bloedvaatjes vormen een verfijnd thermodynamisch systeem voor de temperatuurregulatie en voeden tevens de huid.
Bepaalde stoffen worden door de huid uitgescheiden, waardoor afvalstoffen het lichaam kunnen verlaten en er bescherming wordt geboden van invloeden van buitenaf. Ook vitamine D wordt door de huid geproduceerd, waardoor de kat stevige botten heeft.

Cornish Rex
Krulkat
De haargroei van Rex-katten is genetisch geremd.
Toch zit er verschil binnen het Rex-ras:
de Cornish Rex heeft geen dekhaar, terwijl de
Devon Rex (zie afbeelding) bijna even zachte
dek- als donsharen heeft.

Vachtstructuur
De opperhuid, de klauwen en het haar bestaan voor het grootste deel uit keratine, een zeer stevig eiwit. Dit verklaart waarom het haar een groot deel van de dagelijkse eiwitopname verbruikt.

Als je een haar "aait", voelt de haar vanuit de wortel naar de puntglad aan. Andersom voelt de haar vanuit de punt naar de wortel ruw aan; dit komt doordat het haaroppervlak uit (elkaar overlappende) naar buiten gerichte opperhuidcellen bestaat. Deze opperhuid reflecteert licht en geeft de huid zijn glans. Aan een doffe vacht kun je dus zien of er huidbeschadigingen zijn. De haargroei van de kat is afhankelijk van de temperatuur van de omgeving, van de lengte van de dag en de invloed van hormonen.

Uit de haarzakjes groeien 6 dekharen, waardoor katten een goede "isolatie" hebben (bij een mens groeit er maar één haar uit een haarzakje). De 6 dekharen zijn elk omringd door fijner dons- en onderhaar. Doordat elk haarzakje een eigen spiertje heeft, kunnen de dekharen overeind gaan staan. Wanneer een kat bang of kwaad is, zet hij zijn vacht omhoog. Ook om warm te blijven en de isolatie te verbeteren, zet de kat zijn haren omhoog.

De kat heeft korte en lange tastharen: de korte tastharen (tylotrichen) liggen in een ingewikkeld net van bloedvaten en zenuwen verspreid over het lichaam, de lange tastharen zijn de snorharen (de stijve, dikke haren op de kop, hals en voorpoten).

De haargroeicyclus van de kat

Haargroeicyclus van de kat

De lengte van de kattenharen is genetisch bepaald en kan dus per kat verschillen. Het haar begint in 60 tot 90 dagen te groeien tot die lengte (anageen) en na een korte overgangsperiode (catageen) en 40 tot 60 dagen rust (telogeen) valt het uit. Dan maakt de oude haar plaats voor een nieuwe haar en begint de cyclus weer opnieuw.

De haren groeien op hun eigen tempo en bevinden zich dus steeds in een verschillend stadium. Dit verklaart waarom de rui altijd geleidelijk plaatsvindt. De grootste externe beïnvloeding is licht: meer licht stimuleert een zware voorjaarsrui. "Binnen-katten" ruien het hele jaar door, omdat het haar van deze katten onder invloed staat van kunstlicht.

Klimaatgebonden vachten
Warmte of kou is tegenwoordig geen probleem meer voor de kat. In onderstaande is een beschrijving te vinden van de klimaatgebonden vachten.

Noorse Boskat
Vacht voor koud weer
De vacht van een kortharige kat
groeit sneller dan de vacht van een
langharige kat.
Koude klimaten
In de koude, noordelijke klimaten heeft zich een aantal rassen perfect aangepast. Denk hierbij aan de Britse Korthaar, de Noorse Boskat en de Maine Coon. Deze raskatten hebben een dikke vacht met isolerend donshaar. Als het koud is, gaan de haren overeind staan en houden op die manier lucht vast (te vergelijken met dubbele beglazing in een huis). Ook heeft de kat een vetlaag die het lichaam isoleert; vet verliest 1/3e van de hitte die spierweefsel verliest. Wanneer het extreem koud is, zal de kat zich helemaal oprollen en zijn snuit bedekken met zijn staart.

Hete klimaten
Een voorbeeld van een ras dat zich heeft aangepast aan grote warmte is de Siamees (hebben geen donshaar); katten in hete klimaten raken de hitte efficiënter kwijt. Katten die wel donshaar hebben en in hete klimaten moeten leven, raken het donshaar dan ook kwijt. Is het dan nog te warm voor de kat, dan laten ze de dekharen eveneens vallen.

Katten raken de lichaamswarmte kwijt, doordat de bloedvaatjes in de huid zich verwijden. Een andere manier om warmte kwijt te raken lost de kat op door zich te gaan likken. Ondanks deze uitstekende manieren kunnen katten toch lijden onder vrieskou of hitte, dat is de reden waarom katten hoge temperaturen en vochtigheid vermijden. Laat een kat op een warme/hete dag dus nóóit achter in een auto: de kat zal snel sterven door de hitte! Katten lopen het grootste risico om te sterven bij bevriezing, omdat een natte vacht zijn isolerende eigenschap verliest.

De opbouw van de huid
De hoornlaag en basale laag van de opperhuid geven bescherming; de haren op deze huid zorgen voor isolatie en nemen zintuiglijke informatie op. Onder de opperhuid ligt de lederhuid
(rijk aan bloedvaten en zenuwen) met de haarzakjes en hun klieren, die stevig bij elkaar gehouden wordt door elastisch weefsel.
De opbouw van de huid
  1. Baardhaar - Fijn onderhaar
  2. Vachthaar - Zacht, golvend onderhaar
  3. Glad oppervlak
  4. Zenuw - Geeft prikkels van huid en haar door
  5. Haarzakje - schede waarin meerdereharen zitten
  6. Vetklier - Scheidt talg af
  7. Zweetklier - Reageerd op zenuwprikkels
  8. Onderhuids vet
  9. Bloedtoevoer - De lederhuid is rijk aan haarvaten
  10. Lederhuid - Sterk elastisch weefsel
  11. Basale laag - Levert cellen aan de hoornlaag
  12. Hoornlaar - Dede cellen als beschermende laag
  13. Dekhaar - Draagt de vachtkleur
  14. Tylotrich haar - Enkele zintuiglijke haar

Structuur van de huid
De kattenhuid bestaat uit 2 afzonderlijke lagen: de opperhuid (bovenlaag) en de basale laag. De opperhuid bestaat uit de hoornlaag (40 dode, platte cellen) en ligt in vetrijke olieachtige talg. De basale laag ligt onder de hoornlaag en is ca. 4 cellagen dik.

Opperhuid
De opperhuid is niet sterk, maar is belangrijk bij het immuunsysteem. De cellen gaan van de basale naar de hoornlaag en dit duurt normaal 3 weken. Heeft de kat een verwonding, dan duurt dit proces korter: 2 weken.

Lederhuid
De lederhuid is de voornaamste bouwsteen van de huid en ligt onder de opperhuid. De lederhuid is, in tegenstelling tot de opperhuid, erg sterk, elastisch en bestaat uit hechtend weefsel. De lederhuid bevat klieren, zenuwen, receptoren en bloedvaten. Tevens liggen de haarzakjes in de lederhuid en elk haarzakje heeft een "eigen" zweet- en vetklier.

Vetklieren
De vetklieren produceren talg, dat bacteriën onder controle houdt en de vacht haar glans geeft. Vetkliertjes zijn voornamelijk te vinden in de romp, rond de lippen, op de nek en op de kin. Ook langs de oogleden zitten speciale vetkliertjes, die ervoor zorgen dat er een beschermende film voor de ogen geproduceerd wordt.
Rondom de anus en tussen de tenen worden feromonen (ook wel geslachtsgeuren) geproduceerd door andere gespecialiseerde vetkliertjes.

Zweetklieren
Een mens zweet als hij hitte kwijt moet raken, maar de kat zal hijgen of likken. Het zweet dat geproduceerd wordt door de zweetklieren heeft andere functies:
  • ZweetklierHet verschaft voedsel aan de huidflora;
  • Het scheidt afvalstoffen uit;
  • Het houdt de huid soepel;
  • Bevat substanties die het lichaam beschermen tegen microben en gevaarlijke stoffen;
  • Scheiden (waarschijnlijk) feromonen uit.

De kat scheidt bepaalde geuren af, waarmee hij zijn territorium markeert en afbakent. Deze geuren komen uit klieren op de nek, schouders, kop, romp en tussen de tenen. Ook de anaalzakjes onder de staart scheiden deze geuren af.


Natuurlijke flora
Katten hebben een onmisbare flora die leeft en zich vermenigvuldigd, zonder huidziekten te veroorzaken. De flora bestaat uit kolonies van verschillende microben.

Voor een microbe is niet elk huidgebied even aantrekkelijk: waar veel zweetklieren zijn, het nat/vochtig is en waar veel dicht haar is, zullen microben zich het "prettigste" voelen.

Huid- en haarproblemen
Allerlei omstandigheden (hormonale stoornissen, allergieën, infecties, parasieten of tumoren) hebben allemaal invloed op het huid en haar van de kat. Wanneer een kat vachtproblemen heeft, is dit vaak goed te zien: het haar wordt droog, dof of valt uit.

Over hormonale invloeden op het huid en haar van de kat is nog weinig bekend, maar stoornissen in het hormonale stelsel leiden meestal niet tot jeuk. Veel katten dragen sporen van ringworm (een schimmelinfectie), zonder last van ontstekingen te krijgen. Wanneer ringworm in een kattenkennel voorkomt, dan kunnen ook andere katten drager hiervan zijn, zonder symptomen te hebben. Let op: ringworm is ook besmettelijk voor mensen en kan dus van kat op mens overgedragen worden.

Het meest voorkomende huid- en haarprobleem bij katten is miliaire dermatitis. Dit is simpelweg een moeilijke naam voor korstjes die gepaard gaan met veel jeuk. Oorzaken hiervan zijn talrijk, maar meestal heeft het te maken met een vlooienallergie.


Teksten door: Nathalie Laenen - Illustraties door: Alan Belmer