Welkom 
Zoeken 
Signalement 
Geschiedenis 
Anatomie
  Het Geraamte
  Biofeedback
   en Hersenen
  De Zintuigen
  Zenuwstelsel
  Spieren en
   Beweging
  Hart en
   Longen
  Spijsvertering
  Voortplanting
  Huid en Vacht
  Erfelijkheid
  Vachtkleuren
De Wilde Kat
Een kat in huis 
Verzorging 
Voeding 
Op Reis 
Naar de Dierenarts 
Medisch
Voortplanting 
Fokken
Een Kitten
Rassen overzicht
Adressen 
Tips 
Spreekbeurten 
Disclaimer 
CatsGroove

Erfelijkheid

Het woord "erfelijkheid" klinkt erg ingewikkeld en dat is het eigenlijk ook. Maar de basis van erfelijkheid is simpel: In de genen van elke lichaamscel ligt alle informatie die nodig is voor het leven. Bijna alle zoogdieren hebben een zelfde genetische opbouw, maar er is bepaalde informatie wat de kat tot de kat maakt en de mens tot de mens.

Gregor Mendel (1822-1884) heeft de hele erfelijke leer gestart. Hij had onderzocht dat bij een kruising bepaalde eigenschappen niet worden afgezwakt, maar zijn verborgen.

Het model van Crick en Watson (het model van DNA, de genetische 'opslagplaats')) leidde in 1953 tot nieuw begrip van de invloed van de erfelijkheid. We spreken hier van de invloed op emotioneel gedrag, ziekte en fysieke eigenschappen.

De genetische opbouw van een lichaamscel gaat volgens bepaalde wiskundige 'wetten'. De lichaamscellen bevatten allemaal een kern, de zogenaamde nucleus. Deze nucleus bevat 38 chromosomen (19 'paren' van 2 chromosomen) en met een hele krachtige microscoop is de kern nét groot genoeg om te kunnen zien. Elk chromosoom bestaat uit DNA (dit is een deoxyribonucleïnezuur) en het chromosoom ziet eruit als een dubbele helix van in elkaar gewikkelde DNA-cellen. Het DNA is opgebouwd uit duizenden genen die als kralen aan elkaar geregen zijn.
De genen zijn elk opgebouwd uit 4 eiwitten (A, T, C en G-eiwitten) en de informatie voor alle aspectenvoor een kattenleven wordt verschaft door deze eiwitten.


Kopiëren en mutaties
Door het leven heen worden lichaamscellen vervangen en elke keer als dat gebeurd, worden de chromosomen gekopieerd. Het DNA rolt zich dan af en ritst in het midden open. Wanneer nieuw DNA uit de eiwitten (binnen de cel) wordt gevormd, zorgt ribonucleïnezuur (RNA) ervoor dat elke halve ketting past en gebruikt wordt als mal. Door dit proces verloopt het proces zo enorm precies dat er per miljoen kopieën maar een enkele keer iets fout gaat in een gen: een mutatie.
Kankercellen en een bijdrage aan het ouderdomsproces worden door deze (zeldzame) fouten veroorzaakt.

Wanneer er meerdere generaties bij betrokken zijn, wordt de informatie op een andere manier doorgegeven. Ei- en zaadcellen bevatten geen 38 chromosomen, maar 19 (elk de helft van een paar). Tijdens de conceptie smelten het eitje en het zaadje samen en ontstaat er een nieuwe (unieke) combinatie van 19 paren: elk kitten erft dus de helft van de eigenschappen van de mama en de helft van de papa. Wanneer de chromosomen samensmelten, doen de genen dit ook. Het kan ook wel eens zo zijn dat er al mutaties in de ei- of zaadcellen zijn, waardoor nieuwe eigenschappen ontstaan.

Polydactylie
Polydactylie (= extra tenen)
Polydactylie komt in Boston en Halifax meer voor dan in andere plaatsen, omdat polydactylie bij de eerste katten voorkwam die in deze plaatsen leefden. Minstens 2 genen houden verband met polydactylie.

Dominant en recessief
Dominant en recessief zijn twee vrij onduidelijke termen. Hieronder zullen ze nader toegelicht worden:

Dominant
Een dominant gen is een genetische variatie in de eigenschappen van de kat. Denk hierbij aan bijvoorbeeld de vachtlengte. Er is maar één kopie van het gen nodig om het effect (in dit geval vachtlengte) zichtbaar te maken. Vaak zijn originele eigenschappen dominant.

Recessief
Wanneer er twee kopieën nodig zijn om het effect zichtbaar te maken, spreekt men van een recessief gen. Er wordt dan één kopie op elke chromosoom van een paar gemaakt. Nieuwe eigenschappen van de kat worden als recessief aangeduid.

Een voorbeeld:
Oorspronkelijk hadden katten alleen een korte vacht. De gen van de vacht werd daardoor aangeduid met "L". Naar verloop van tijd zijn er mutaties in de vachtlengte ontstaan (katten kregen een langere vacht), waardoor en dus een recessief gen werd gevormd. Dit recessief gen werd aangeduid met "I".
Vertoont een kat een dominante eigenschap (in dit geval kortharig), dan is de kat "heterozygoot" en wordt het recessief gen "verstopt" onder het dominante gen. Daartegenover staat een "homozygote" kat: de recessieve gen van de kat "onderdrukt" de dominante gen en de kat draagt daardoor geen alternatieven.

Als twee heterozygote (kortharige) katten paren - dus beide LI - en ze krijgen kittens, dan zullen ze gemiddeld 4 kittens werpen:
  • 2 LI-kittens (kortharig, met het recessieve "onderdrukte" gen voor langhaar)
  • 1 LL-kitten (kortharig)
  • 1 II-kitten (langharig)
Aan de 3 kortharige kittens is niet te zien welke het I-gen dragen en daardoor zijn ze in staat om langharige kittens te produceren.

Veel eigenschappen van de erfelijkheid zit nog ingewikkelder in elkaar en zijn polygenetisch bepaald door een onbekende combinatie van genen. Sommige mutaties zijn zelfs gedeeltelijk dominant over de andere mutaties, of zelfs over de originele vorm.

Allel
Zoals al eerder gezegd, bevatten chromosomen allerlei informatie over eigenschappen van de kat. Specifieke informatie over de eigenschappen zit op dezelfde plek in de chromosoom: de allel. Er zijn homozygote -en heterozygote katten: bij homozygote katten zit de informatie op dezelfde plek, bij heterozygote katten zit de informatie op verschillende plekken.

Passend paar
Passend Paar
De genetische eigenschap van de kat wordt bepaald door de genen van de mama en de papa: de informatie is hierbij op dezelfde plek op het chromosomenpaar geplaatst.

A
agouti of streeppattroon
a
non-agouti of ongeringd/gestreept
B
zwart
b
bruin of chocolate
bl
lichtbruin of cinnamon
C
volledig gekleurd of effen
cb
Burmees
cs
Siamees of met points
D
Diepe donkere kleur
d
verdunde lichte kleur
I
inhibitor of zilver
i
tot op de huid gekleurd
L
korthaar
l
langhaar
O
oranje, seksegebonden rood
o
melanine, niet rood
S
witte vlekken of bicolor
s
effen gekleurd over het hele lijf
T
gestreept, mackerel, tabby
Ta
Abessijn of ticked tabby
tb
blotched of klassiek gestreept
W
wit, maskeert de andere kleuren
w
normale kleur


Erfelijkheidspatronen van Mendel
Dominante kenmerken van de kat staan in hoofdletters genoteerd, recessieve kenmerken in kleine letters.
Verder zijn er verschillende hoofdkenmerken van het uiterlijk van de kat geïdentificeerd.
Een kortharige kat is "L", tenzij uit testkruisingen blijkt
dat de kat "LL" is. "L" hoeft slechts één keer in een allel
voor te komen, om het effect van "kort haar" te laten
zien.

Erfelijkheidspatronen
Dit diagram toont aan hoe kort- en langhaarkenmerken worden doorgegeven. Hierdoor wordt het (gemiddelde) resultaat van veel paringen bekend.

langhaar en korthar patroon

Het veroudereffect
Iedereen weet dat de kat al heel erg lang bestaat. De (Afrikaanse) voorouders van de kat waren honderdduizenden jaren kortharig en gestreept. Maar doordat er enkele duizenden jaren lang migratie vanuit Afrika heeft plaatsgevonden, zijn er nu honderden vachtpatronen, -kleuren en -lengtes.
In Noord-Afrika waren er hele grote kattenpopulaties, waarbij een willekeurige genmutatie weinig tot geen kans van overleven had; de meeste mutaties verdwenen na enkele generaties. In de kleinere, geïsoleerde populaties hebben mutaties meer overlevingskans.

Genetische "norm"
In streken met een kleine kattenpopulatie zorgen de katten voor een groot percentage van een kleine genenpool: de rood-witte katten in Scandinavië of de polydactylische katten in Boston en Halifax zijn voorbeelden van mutaties van de "genetische norm".

Het veroudereffect
Het veroudereffect kan met beschrijven als de lange termijn invloed van genen op de vroegere leden van een populatie. In bepaalde langden komen er bepaalde patronen en kleuren voor; dit komt doordat de voorouders een sterke invloed hebben op een nieuwe populatie. Ook vormt deze invloed de basis van nieuwe rassen.

Wat maakt een ras tot een ras?
Omdat de mogelijke verschillen binnen één ras de genetische verschillen tussen twee rassen overtreffen, bestaan er eigenlijk geen rassen. Zo kan het DNA van twee Siamezen veel meer verschillen dan dat van één Siamees en één Langhaar. Een ras wordt tot een ras gemaakt door de uiterlijke kenmerken: denk hierbij aan lichaamstype, vachtlengte -of kleur. Genetisch bekeken zijn dat maar kleine verschillen.


Rassen en erfelijke ziekten
Bij het fokken van katten wordt ervoor gezorgd dat bepaalde eigenschappen (bv. kleur en type) geselecteerd kunnen worden. Fokkers gebruiken hierbij de erfelijkheidswetten, maar hebben vaak niet in de gaten dat ze daarmee ook verborgen, gevaarlijke genen meetfokken. Hierdoor treden in fokzuivere lijnen steeds meer genetische afwijkingen op.
Zo zijn:
  • Sommige rassen gevoelig voor de fatale ziekte Amyloidose;
  • Kennen Langhaar Colourpoints veel staar;
  • Lijden sommige Langhaarlijnen aan een polycystische nierziekte;
  • Hebben Abessijnen kans op een netvliesdegeneratie;
  • Komen bij Burmezen zwakteaanvallen, een waterhoofd en een ingevallen borstkassyndroom voor;
  • En draagt de Devon Rex een gen voor spierspasticiteit.
Bij het natuurlijke proces van "overleving van de sterkste", worden deze gevaarlijke genen uit de genenpool verwijderd of blijven "zwak" aanwezig. Maar bij selectief fokken overleven deze genen en worden ze doorgegeven. Betrouwbare fokkers bestuderen daarom eerst de genetica bij het vaststellen van het fokprogramma, omdat deze gevaarlijke genen het grootste "probleem" zijn bij de kat.

In de wetenschappelijke wereld wordt steeds meer bekend over de genetica van de kat: op dit moment zijn er in verschillende landen ontwikkelingen gaande, zoals het vaststellen van de "genetische vingerafdruk" en het in kaart brengen van de genen. Hierdoor kan men bijvoorbeeld het vaderschap vaststellen. Voornamelijk bij (zeldzamere) raskatten is er hetzelfde DNA en hierdoor kan men slechts één kater uitsluiten.

Men weet op dit moment nog steeds niet wat er precies gebeurd tijdens dit genetische proces en de toekomst zal dit moeten uitwijzen. Op dit moment paren katten willekeurig en is het principe van "survival of the fittest" nog altijd de 'toekomst' van onze huiskat.

De basis van het leven
In de kern van elke lichaamscel zitten 19 paar chromosomen. Alle chromosomen hebben een X-vorm, behalve het mannelijke chromosoom: dat heeft een Y-vorm. Het DNA (de basis van het leven en de erfelijke eigenschappen) is een chromosoom, opgebouwd uit een ingewikkelde helix van 4 eiwitten.

DNA van de kat

1.
Cel
2.
Kern - Draagt alle informatie om de cel te kunnen repliceren
3.
Chromosomen - Iedere ouder levert de helft
4.
X-vormig - de vorm van alle chromosomen op 1 na
5.
DNA - De chromosomen bestaan uit vast opgerold DNA
6.
Gen - DNA kan in individuele genen 'geknipt' worden
7.
Eiwit - Elk gen combineert 4 proteinen in een uniek patroon
8.
De 'Ruggengraat' - Een fosforverbinding houdt de genen op hun plaats
9.
Eiwitparen - Deze worden gesplitst, waardoor het DNA wordt opengeritst, als de cellen zich vernieuwen


Teksten door: Nathalie Laenen - Illustraties door: Alan Belmer